Het oorlogsverleden van mijn ouders Frits van Herten en Mien Reulen 1939-1945: door Ria Reuten van Herten

50 Jaar na de 2 de Wereldoorlog


Het oorlogsverleden van Pap en Mam 1939-1945

Door al de verhalen en belevenissen van Mam en Pap uit de 2 de Wereldoorlog kon ik het niet nalaten om dit op papier te zetten. Mensen uit de buurt die toen woonden op de Wilhelminalaan, en er nog wonen, hebben met hun ervaringen te vertellen uit de oorlog dit verhaal deels bevestigd en tot een geheel gemaakt. Mijn dank hiervoor. Verder heb ik materiaal naslagwerk van deze oorlog geraadpleegd en gebruikt. De bijgevoegde foto's maken het tot een geheel.

Ria Reuten van Herten


Het geslacht van Herten - Reulen
Godefridus Joseph van Herten, zoon van Hendrikus van Herten en Catharina Gertrud Schmitz, is geboren 9 juli 1912 aan de Kapel, zijn roepnaam is Frits.
Wilhelmina Petronella Hubertina Reulen dochter van Petrus Antoon Hubert Reulen en Helena Hubertina van Helden, is geboren op 28 december 1913 op de Begijnhof, haar roepnaam is Mien.
Ze stammen allebei uit een slagersfamilie. Generatie na generatie tot ver in de 20ste eeuw. De stamboom Reulen begint ±1640.
In het boek "Onder den Klockenslagh van Neel"geschreven door Jan Ruiten, staat een artikel over Hendrick Reulen die in 1730 een slagerij en herberg had, tegenover de kerk aan het dorpsplein. Het was ongetwijfeld een van de oudste kroegen in Neel rond 1600. Dit geld ook voor de stamboom van Herten, te beginnen bij Wilhelmus van Herten die ongeveer rond 1690 geboren is in Ool. Hij was schepen – landbouwer - slachter. Ook in de zijtakken van deze families waren zeer vele slagers aanwezig. In het boek van "1000 jaar Herten", staat in de 15de eeuw al ene van Herten uit Ool beschreven die als beenhouwersleerling studeerde aan de universiteit in Leuven (België)

De 1ste ontmoeting en hun huwelijk
Pap en mam zagen zich voor het eerst toen ze 12 jaar oud waren. Dat was bij het bekende pindamenke op de markt. Hij was een neger. Al snel stond pap op de stoep voor de slagerij op de begijnhof te drentelen. Mam was toen ziek. Een buurman bemoeide zich er mee en heeft toen tegen mijn opa gezegd dat hij Fritske nu toch maar eens eindelijk binnen moest laten. Pap had daar namelijk al vaker op de stoep gestaan. Pap droeg altijd een patch ( een muts met klep ). Hij werd knecht bij opa Reulen. Toen pap een cursus van 3 maanden aan de slagerschool in Utrecht ging volgen, heeft hij mam een prachtig zilverkleurig kettinkje meegebracht. Het werd vanzelf goud !!! Eventjes was de liefde uit. Pap had toen iets met Nel Pollaert. "Maar ome Rie ( een broer van pap ) sjoot mich ónger de doeve": waren pap zijn woorden. Ook heeft pap met een meisje van de Wilde gegaan. Mam daarentegen had iets met die van Dijk ( De Peuter ), kapper op de Veldstraat en ze staat op foto's met een Toon Hawinkels. Maar al vrij snel vonden ze elkaar weer en toen is het ook nooit meer uitgeweest.
Pap was bij de "Famfaar" aan de Kapel. Een klein 30 jaar was hij lid. Maar hij speelde ook bij de fanfare in Leeuwen en harmonie in Maasniel, wanneer die vast kwamen te zitten bij gebrek aan een trommelaar. Fotografie was een van de grote hobbies van hem. Hij ontwikkelde ze zelf. Pap maakte prachtige werkstukken van vet, zoals o.a. een boeket rozen. Elke morgen haalde hij een roos bij de bloemist en modelleerde deze na. Ook nog een fruitschaal en het hoofd van koningin Wilhelmina, enz. Menige prijs heeft hij daarmee in de wacht gesleept. Schilderen was tot aan zijn 80ste levensjaar zijn grote passie. Hij had iets kunstzinnigs in zich.
Mam had een naaicursus gevolgd. Ze had graag gestudeerd, maar haar moeder viel van de trap, brak een been en toen moest mam thuis blijven om het huishouden doen. Haar hobby's waren lezen, puzzelen en later tuinieren. De tuin zag er altijd uit alsof hij opnieuw was aangeplant. Op 13 april 1939 werd er voor de wet getrouwd en op 18 april 1939 in de Kathedraal. Het huwelijk werd ingezegend door G. Rhoen. Hun trouwfoto's zijn door fotograaf Koch gemaakt.
Ze heeft het altijd erg gevonden dat ze niet in het wit mocht huwen. De zussen trouwden wel in wit en in `t crème. Het lint van kraaltjes wat op de blauwe trouwjurk van mam was genaaid, heeft mijn zus Lenie nog gebruikt door op een van haar truitjes te zetten.
Ze vestigden zich te Maasniel aan de Wilhelminalaan 91. Pap begon met een slagerij. Opa v.Herten liet voor hen deze slagerij bouwen. Hij zag het op die locatie wel zitten. Er waren reeds in 1939 plannen voor in het Tichelarijveld en ook voor Leeuwen zat er een uitbreidingsplan aan te komen. Maar de 2e wereldoorlog stagneerde dit. Ook was de concurrentie zeer groot, want in de kern van het dorp lagen al 4 slagerijen, zoals Cox, Scheepers en Jansen (de Grieze) en in de Broekhin lag Slagerij Versteegen. In Leeuwen zat De Joed van Mooren. Waarom heette hij de Joed? Voor de opening van zijn slagerij had pap een prachtige etalage gemaakt. De foto van deze etalage stond in 2002 in de "Maas en Roerpost". Het was voor een fotowedstrijd. De vraag was, waar heeft een slagerij van Herten in Roermond gelegen?
De Oorlog die met de inval van de Duitsers 10 mei 1940 begon, heeft veel kapot gemaakt. Mam zei dat op hun trouwdag al een domper lag, omdat ome Nol v. Ool en ome Rie v. Herten opgeroepen waren om zich die dag op de kazerne te melden. Het was mobilisatietijd en er was in Europa al heel wat loos. Hitler aan de macht, Jodenvervolging, werkeloosheid. Nee, dit was geen fijne periode om te trouwen en dan ook nog met een zaak te beginnen.
Pap sloot zich in Maasniel aan bij Het Broederschap van H. Jozef. Op 21 januari 1940. Je bad voor de stervenden in de oorlog. "Verkrijg voor mij de genade van een goede dood".

De Kinderen
Ongeveer een half jaar later na hun huwelijk, op 31 oktober 1940 werd Lenie hun 1ste dochter geboren. Truusje, het 2de dochtertje kwam op 4 maart 1942 ter wereld. Pap had gelijk gezien dat er iets met de baby aan de hand was. Mam niet. Mam meende later te zeggen dat dit door de lange strenge winter gekomen was, maar ook, omdat de bevalling zeer zwaar was geweest. Truusje was een mongooltje en deze kinderen werken dus niet mee bij een bevalling. 1942 had een zeer strenge winter. De Maas was toen dichtgevroren.
Ria werd 12 november 1944 geboren. Met granaatvuur is ze die zondagmorgen ter wereld gekomen. De bevalling begon 3 weken te vroeg. Pap had de slaapkamer in orde gemaakt zodat mam op een gewoon bed kon bevallen. Hij ging om 9:30 uur vroedvrouw Maassen halen, maar hij kwam niet verder dan fam. Halmans toen de straat met granaten en bommen beschoten werd. Er sloeg een groot gat in de beek. Pap viel met het hoofd tegen een muurtje en viel door dat gat de beek in, hij was behoorlijk gewond. Hij is bij fam. Halmans naar binnen gestrompeld en Pierre Halmans is toen op de fiets gesprongen om vroedvrouw Maessen en dokter Mol te halen. Wat moet mam daar een doodsangst hebben uitgestaan op dat bed. Was ze alleen? Ik weet dit niet. Als de vroedvrouw en de dokter arriveren, was de baby, ik dus, al geboren. Om 10:30 uur ben ik op een zondagmorgen geboren.


De inval van de Duitsers
De nacht van donderdag 9 op vrijdag 10 mei is bijzonder helder en koud. Ze zal gevolgd worden door een stralende vroeg-zomerdag. De hele meimaand was uitzonderlijk zomers. Over de grens werd het `t Hitler-weertje genoemd. Tegen 4 uur in de morgen bonken zware slagen over Roermond. De hele stad is wakker. De Maasbrug is opgeblazen en de Maasweien worden een groot depot van oorlogsmateriaal. Tanks, kanonnen, enz. Ook klinken doffe dreunen aan de grens. Ze lijken dichterbij te komen ....Eerst denkt men aan oefeningen, maar al snel weet men dat dit het begin van de oorlog met de Duitsers is.
Bij de inval van 10 mei stond pap in de winkel en maakte een foto van de Duitsers die met hun paard en wagen aankwamen. Hij wist niet hoe hij bij het venster weg kwam toen hij zag hoe de Duitsers op de winkel af kwamen. Het huis werd in beslag genomen en zij verhuisden vanaf de 3de dag naar de kelder en werd er ook tijdelijk bij de fam. Smets en bij fam. Roemen, op matrassen in de kelder gewoond Ze waren ontzettend bang. Of de hele oorlog aan de orde was dat de Duitsers ons huis hebben bezet weet ik niet, maar op het eind toen het front nabij Roermond was, waren ze weer in ons huis. Hun karretjes stonden in de tuin en de paarden op de binnenplaats en in de worstkeuken. In de villa's aan de overkant woonden Nederlandse militairen, de heer Syrksma, de heer Bakker en Burgemeester Joosten. De Duitsers hadden overal in Roermond huizen in beslag genomen en zich er ingekwartierd, ze namen je huis gewoon in.
Fam. Neelen had de hele veestapel al naar het land gedaan, de mestkuil was leeg, toen de Duitsers ook in huis innamen. In de stallen en het huis waren ±140 Duitsers gelegerd. Je had daardoor goed te eten. Overdag was alles heel formeel, maar s'avonds mocht je de Duitsers bij de voornaam noemen. De buren van Neelen, van Cruchten, hadden een tante Emma-laden. Met Duitse Marken werd er Kwatta chocolade gekocht. Aan de overkant woonden de fam. Schouten uit Den Haag. Bij hen woonde de chef van de Duitsers met een hoer. De kleren van mevr. Schouten waren gestolen. Ze durfde die Duitser er niet naar te vragen, want dan schoot hij je beslist overhoop.
Fam. Neelen zat bij familie op de hoekstraat ondergedoken. Er werd een dichtgemetselde muur ontdekt en wilde deze met meerdere mannen die daar ondergedoken zaten openbreken. Maar het was niet meer nodig de muur ging na een bomaanval al vanzelf omver. Er stond veel water in en toen dat eruit was gehoosd , konden ze door een lange onderaardse gang naar de Thooren lopen. Harrie Neelen moest werken in de papierfabriek en met Harrie Mooren sjansen maken. Dit was niks voor Harrie. Hij heeft als een hond onder de grond achter in zijn tuin ondergedoken gezeten. Daar hadden ze een gat gemaakt. De Duitsers zeiden: "Wenn wir ihn kriegen, erschiessen wir ihn" Koolzaad werd geperst bij Pierre Bongaarts. De olie werd gebruikt om te bakken.


Bekendmaking voor de Burgerbevolking
Uit een boek van Fook Nederveen "van Bisschopstad tot Frontstad ".
Roermond den 20 Mei. 1940
Bekendmaking voor de burgerbevolking No.2
In punt 2 stond:

De inkwartiering van personen, die tot de Duitsche Wehrmacht behooren, bij particulieren geschiedt te Roermond alleen onder overlegging van een inkwartieringsbiljet van de OrtsKommandantur. Soldaten die niet in het bezit zijn van zulk een inkwartieringsbiljet moeten naar de Ortskommandantur worden verwezen.

De Ortskommandant: Karbe, Rittmeister.


De Villa "Sunny Hill " de Verzetsgroep "Pietap"

Uit het Maandblad„ De Maasgouw, met het Hoofdstuk, " Verzet aan het Front van Maasniel"

De villa 'Sunny Hill' heeft een belangrijke rol gespeeld vanaf 1939. Dit was in het huis van Dr. Bartels. Toen woonde er L.F.J. Janssens van der Sande. Het gaat om belangrijke verzetsactiviteiten De villa had zeer ingenieus verborgen geheime werk- en wapenkelders, die meermalen onderdak boden aan gezochte personen en vanaf 1943 aan gestrande geallieerde piloten. De kelders waren zodanig gecamoufleerd dat ze 13 huiszoekingen doorstonden. Bij klopjachten bleek het niet verborgen deel slechts zware staande muren te hebben. Toegang tot de geheime kelders boden draaiende betonnen muurgedeelten. Bij het draaien, draaide een wand met wekglazen mee. In Amsterdam was het een boekenkast in het huis van Anne Franck, hier waren het dus wekglazen
Vanaf mei 1942 zat ondergedoken officier P.C.A.M. de Kort, adjudant van het hoofd van Bureau
Inlichtingen der Nederlandse Regering in Londen. Hij bouwde vanuit "Sunny Hill" de "Pietap" uit. Pietap verzamelde militaire gegevens, sinds 1940 in verzetsgroep het zuiden en later in heel Nederland. Na een arrestatiegolf in juli 1944 is Pietap om veiligheidsredenen opgeheven.
De Hr. Janssens van der Sande, bekend bij zijn verzetsvrienden als 'Captain Buck', was hoofd van de verzetsgroep 'Oranje Brigade' te Maasniel. Hij heeft in opdracht van De Kort de illegale werkzaamheden voortgezet. Het liet zien dat hun zwaar geheime opdrachten de hoogst verantwoordelijkheid droegen, dat zeer werd gewaardeerd en betrouwbaar werd geacht. Op de Beekstraat (Wilhelminalaan) waren ook 2 pseudo nood lazaretten gevestigd. Een in het huis van Janssens van der Sande en een was in het huis van Bakker. In dat huis was tot de evacuatie ingekwartierd het beruchte viertal van de "Aussenstelle Sicherheitsdienst" uit Maastricht. Wie zij precies waren en wat zij gedaan hadden staat er niet bij. Bakker zelf was krijgsgevangenen. De daken waren beschilderd met een grote rode V. Een zorg was dat niet ingewijden iets zouden vermoeden van wat gaande was. Het leidmotief was dan ook„ Hoe minder bekend is, hoe beter. Toch was dit wel de reden dat de Beekstraat op gezette tijd onder vuur werd genomen, zo is later verklaard. De Duitsers moeten een vermoeden gehad hebben dat er zich op de Beekstraat 'n verzetsgroep of iets anders actief was. In de Broekhin stortte een vliegtuig neer.
Dokter Mol was huisarts en was een van de hoofdfiguren van de medische verzetsdienst in de 2de wereldoorlog.
Deze informatie over het verzet dat in onze straat gelegerd was, heb ik pas het vorig jaar gevonden in de bibliotheek. Het stond in het maandblad "De Maasgouw ".
Toen ik pap dit liet zien en lezen, keek hij op en zei dat hij dit nooit geweten had. Ik heb ook het aan tante Triena laten zien, maar ook zij wist er zogezegd niks van af dat er een verzetsorganisatie in de villa van Janssens van der Sande gezeten had. Of wilden zij dit niet weten? In die tijd was het natuurlijk beter datje niks wist en je voor de domme hield. Zelfs het aan de gevel gehangen naamschild " Sunny Hill" herinnerde pap zich niet. Dit bord was gemaakt door kunstsmid Bongaerts.
Dat in deze villa iets gaande was wisten ze wel. Lei Roemen en Frits van Herten hadden stiekem achter het huis door de ramen staan gluren, om misschien film te kunnen zien, want de heer Janssen zat in de filmbranche.


De kelder
Pap had veel kostbare spullen onder het kruipgat van de huiskamer verstopt. Het was een zandbodem en daarom had hij ook verschillende spullen ingegraven. Ook in de tuin had hij dingen ingegraven. De Duitsers hebben het nooit gevonden.
Pap had de kelder gezellig gemaakt, door aan de muren schilderijen en gordijnen op te hangen. In de pekelbakken had hij de bedjes van de kinderen gemaakt.
Hij kon het niet nalaten om boven aan de slaapkamerdeuren eens stiekem te gaan kijken en luisteren. Er werden daar feesten gegeven met meisjes uit dorp. Dit had al zijn leven kunnen kosten want op een of andere manier moeten de Duitse soldaten gemerkt hebben dat iemand voor de deur stond. Zij staken namelijk een bajonet door de deur. Gelukkig stond hij er net ver genoeg vanaf. Ook kwam een Duitser de keldertrap af met een pantstervuist in de hand. Deze soldaat was bijna gevallen omdat er een trede los lag. Ze hadden zo met z'n allen de lucht in kunnen vliegen. Het was dus beide keren goed afgelopen. De soldaat was lijkbleek geweest en de angst in zijn gezicht was verschrikkelijk, zo vertelde mam.
Toch werd ook weer op de begane grond gewoond. Of de Duitsers toen nog in huis waren, is niet bekend. Zo zijn periodes en datums vaak niet te achterhalen. Alleen het verhaal werd verteld. Je kunt dan ongeveer de periode eruit halen, dat het dan of toen geweest moet zijn.


Het Verzet in het 1ste uur en de KP
Ome Rie zat in het verzet met zijn zwagers, de broers van tante Nel. Dit was de witte van Pollaert en nog andere personen. Hun verzamelpunt was onder meer Café de Graanbeurs. Die Remunjse miense werkten in het eerste uur in 1940 veelal op eigen houtje.
Een achter- achternicht, Lidwien Weijer van Herten, die in Duitsland woont, was op zoek naar haar vaders verleden, die ook Harre van Herten heette. Haar opa had rond de eeuwwisseling een slagerij op de Neerstraat nr.72. Deze Harre van Herten werd opgepakt in de oorlog en is naar Vucht en een kamp in Den Haag gebracht. Ik was bij tante Nel van Herten-Pollaert een paar jaar geleden op bezoek en natuurlijk werd veel verteld, wij kwamen er achter dat toen de verkeerde Hare van Herten opgepakt moest zijn. Het had dus waarschijnlijk ome Rie van Herten moeten zijn. Want de vader van Lidwien was absoluut niet in het verzet geweest. De familie van Lidwien woonden toen der tijd op de Singel en het bleek dat in een van die huizen ook het verzet gezeten was. Dus hier was duidelijk een misverstand aan de orde. De vader van Lidwien van Herten heeft hierdoor veel moeten doorstaan in kampen waardoor hij na de oorlog door al deze ontberingen is overleden. Tante Nel schrok echt toen ze dit allemaal hoorde. Haar broer en nog andere verzetsmannen zijn wel opgepakt.

Albert Reulen, geboren 12 november 1915, een neef van mam ( Mien van Herten-Reulen ), zat met Jacques Frencken ook in het verzet. Zij waren lid van de K.P. (Knok-Ploegen ). Hun werk bestond uit, hulp aan Joden, piloten, politici, gevangenen, studenten, enz. Uitgeven van illegale bladen, het stelen van rijkspapieren, telefoons aftappen, aanvallen op spoorlijnen, wapendepots, enz. Ongeveer 2000 onderduikers zijn door hen aan een veilig onderdak geholpen. De avond voor de moordpartij had hij tegen zijn moeder al enige opmerkingen gemaakt over dat er iets ging gebeuren en hij dan misschien niet meer terug kwam. Had hij dit al aan zien komen? In elk geval had hij heel emotioneel afscheid genomen van zijn moeder.
Beiden zijn vermoord op 15 juni 1944 te Bloemendaal. Zij zijn gevonden 3 september 1945 en op 10 september te Roermond begraven. Zij hebben nog, als Duitsers verkleed, het Haelense gemeentenhuis leeggehaald; levensmiddelenkaarten, passen, zegels, enz.
Hun namen staan op het verzetsmonument te Maasniel.
Opa Reulen uit de stad (slagerij op de Begijnhofstraat 9. tel. 106) had illegaal geslacht. Hij was zo stom om het vlees in de etalage te leggen en in zijn winkel aan vleeshaken te hangen. Dit werd dus voor de Duitsers zeer gemakkelijk gemaakt. Hij werd opgepakt, maar ook snel vrijgelaten. Opa Reulen overleed op 14 augustus 1944. Hij was geboren op 5 november 1878 te Roermond.


De gaarkeuken en de hechte band
Pap werd vaak benaderd door de Duitsers met de vraag of de fam.Helgers joden waren.
De "Ausweis" moest je altijd bij je hebben. En natuurlijk groeten met de Hitlergroet als je een Duitser tegenkwam. "Heil Hitler"
Inmiddels was pap opgeroepen om in de gaarkeuken op Huize St.Joep te werken. Het was een weeshuis voor jongens van ontspoorde huwelijken. Dit tehuis was ook door de Duitsers ingevorderd
Pap zei tegen ons datje het beste in oorlogstijd kon proberen in keukens te werken, dan had je altijd eten en leed je geen honger. Daar zit heel zeker wat in.
Met de buurtmensen ontstond in deze situatie een hechte band en zaten ze menige avond bij elkaar om te praten. Ook na de oorlog waren ze nog vaak bij elkaar en werd er nagepraat. Ik ging er altijd bij zitten. Hoe klein en jong dat ik toen nog was. Op het hoekje van de secretair zat ik dan. Dit waren de heer en mevr. Stoks, Pozza, Roemen, Halmans, Passage, Smets, Verhulst, enz. Ze waren allemaal echt bang geweest met al die Duitsers zo dicht in de buurt.


Razzia's
Bij een razzia in de straat was pap met Truusje alleen thuis. Truusje zat in het hobbelpaardje op de binnenplaats toen ze ons huis binnenvielen.
Pap kon zich nog snel uit de voeten maken en vluchtte in de tuin van fam. Pozza
(daarna woonde er een fam.Evers, die naar Canada immigreerden, en vanaf 1948 fam.Knops ).Hij zag hoe de Duitsers met Truusje gingen spelen en schoorvoetend ging hij terug. Hij is toen niet opgepakt. Hij bleef achter met een shocktoestand, want hij dacht echt, "noe bon ich draan, noe hóbbe ze mich".


Onder dwang naar Duitsland
Toch werd pap opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. Dat was in januari 1944. Dit gold voor alle mannen in Roermond. Hij moest als kok op treinen gaan werken die naar gebombardeerde steden reden. Het was om de gevluchte mensen uit deze gebombardeerde steden op te vangen en met eten te verzorgen.
Maar hij wilde niet gaan en dook onder in Swalmen bij slager Wullem Heijnen. Op een zoldertje onder het stro verstopt hij zich. Hier zat hij 3 weken Doordat de Duitsers al een paar maal bij mam op de stoep stonden en gezegd hadden dat pap zich direct moest komen melden bij de Ortskommandantur of de Grunen, want anders werd hij doodgeschoten, kreeg mam angst en is te voet naar Swalmen gegaan om pap te waarschuwen en dat hij toch maar moest gaan. 2 keer moest mam in de berm gaan liggen, door de beschietingen die op de Rijksweg richting Swalmen waren
Pap was toen voor de 1ste keer naar Duitsland.
Het was een hel zo vertelde hij. Ze reden met de trein tot Kassel en daar werd er op andere treinen gegaan die naar die steden reden die reeds gebombardeerd waren. Menige keer werd ook hun trein beschoten en kropen ze op handen en voeten de greppel in.
Bij aankomst werden ze kaalgeschoren en ontluisd. Pap wilde dit niet wantje werd met een witte poeder bedolven. Dit jeukte enorm. Hij kwam er niet onderuit. De mannen moesten worden ontsmet. 's Morgens bij het appèl werden de mannen geteld of niemand gevlucht was. Zijn maatjes waren Willem Schulpen ( vader van Wim Schulpen) en Wullem Heijnen. Ze waren in de steden zoals Leipzich, Dresden en Kasset In Leipzich gestationeerd, zagen ze een enorme vuurzee in de lucht, maar ze wisten niet wat het betekende. Het was er afgrijselijk. Dit was in februari 1944. Welke stad stond toen in brand?

De heer Selder
Ze zijn gevlucht door te zeggen dat Wullem en pap gewond waren, ze hadden zich helemaal ingezwachteld met verband. Maar in April - Mei?, werden ze opgeroepen om weer naar Duitsland gaan. Hij vond `t verschrikkelijk. Tenslotte had hij veel zorg om mam, die in verwachting was, en de 2 kleine kinderen. Bij de Váskes (een Duits commando) hadden ze gezegd, dat als hij iemand kon vinden die in zijn plaats wilden gaan, dat geen probleem zou zijn, dan mocht hij thuis blijven. Maar anders moest hij zich om 7 uur `s morgens melden.
Pap wist dus dat de heer Selder van de Venloscheweg graag wilde gaan. Deze zocht het avontuur, dus pap ging op zoek naar hem, maar hij kon hem nergens vinden. De hele stad waar pap maar kon denken dat hij zijn kon, heeft hij samen met ome Bèr Helgers afgezocht. Er zat voor pap niets anders op om zich `s morgens te melden. En wat wil het noodlot? Dat deze heer van Selder in Duitsland als eerste de trein uitstapte. Hij had er zich de avond van tevoren al in de trein verstopt. De klap was groot en pap vertelde dan ook: „Wat er toen in mij om ging is niet te beschrijven".
Zaten ze nu in Berlijn, Magdeburg, enz? De volgorde? Ik weet het niet. In die periode vielen de grootste bombardementen in Magdeburg. 21 januari 1944 en op 22 februari, enz.
Hun voorraden voor het eten te bereiden moesten ze met vrachtauto's in de steden gaan halen. Maar in Berlijn moesten ze wegvluchten om niet opgepakt te worden door de Russen. „Anders was ik misschien in Rusland terechtgekomen" was later zijn opmerking.
En dit kan alleen maar in 1945 geweest zijn?
In Magdeburg was weer een groot bombardement toen pap met nog enkele Nederlanders in deze stad waren. Zij vluchten met de bevolking de kelders in.
Maar dit werd een echt drama. In de kelders hadden de fosfor- brandbommen die op de stad gevallen waren zich een weg gezocht. Waardoor een zeer grote vuurketen ontstond die zich van de ene kelder naar de andere kelder een weg zocht. Deze kelders waren door gaten in de muren te kappen met elkaar verbonden. Zo zou makkelijker gevlucht kunnen worden. Pap en zijn vrienden waren op tijd uit die kelders kunnen komen omdat zij in de laatste kelder zaten. Maar vele mensen zijn in die kelders levend verbrand. De huizen zakten als kaartenhuisjes in elkaar. Magdeburg werd helemaal verwoest. Elk bombardement op de stad Magdeburg was daarna zeer hevig.

Uit het Boek " Der Himmel brennt üiber Magdeburg"
von Manfred Wille

De beschrijving in dit boek bevestigt het verhaal van pap.

Dem Nachtangriff von 21-22 januari. Die meisten Bomben, trafen so, 23 breit gestreut, das si dliche , östliche teilen der stad, die Feldmarken und Orte sndlich und östlich Magdeburgs volkommen niedergebrand sind. Insgesamt wurde der Abwurf von 13 Minenbomben, 456 Sprengbomben, 70000 Stabbrandbomben, 1256 Phosfhorbrandbomben, 73 Flussigkeitsbomben und 81 Kanistren ermittelt. Es gab bedeuntende personelle Verluste und materielle Schäden. 120 Toten und 400 Verwundete. Dan haben liber 1000 Burger ihren Wohnung verloren. Nach dem Angriff muBten in der Stadt 27 grol3e, 18 mittlere und 116 kleinere Brände bekämpft werden.
Die Magdeburger waren von der Angriff völlig überrascht worden. Viele menschen sturzten in Nachtkleidung oder halb angezogen in die Keller. Die Druckwellen zerrissen ihnen die lungen, oder zie worden durch Bomben splitter getstet. In der Stadt spielten sich erschutternde Szenen ab. Besonders im Zentrum des Angriffs war die Holle los. Viele unter diejenigen sind qualvoll gestorben. Das Atmen fel den vielen hier Schutzsuchenden immer schwerer. Die menschen wurden bewusstlos. Als Bergungstrupps den Keller Offneten, lagen Lebende und Tote durcheinander. Besonders verzweifelt war die Lage in den Stadtvierteln si dlich des Alten Marktes und um die JakopstraBe. Die engen Gassen liesen schon bald ein Durchkommen nicht mehr zu. Jetzt bewährten sich die von den Bürgern angelegten Mauerdurchbrüche. So konnten Hunderte trotz verschütterte Kellerausgänge, trotz des immer mehr um sich greifenden Feuers und der grossen Hitze in den Häusern und auf der Strassen über ihnenaus dem inferno entkommen. Am anderen Morgen lies sich das ganze Ausmas der Katastrophe noch nicht übersehen. Die brennende Innenstadt war in Rauch gehüllt. Der Januarangriff auf die Stadt hinterlies eine grosse moralische Wirkung bei den Bürgern. Nach dem 21 Januar 1944 wurden Masnahmen eingeleitet, um die Evakuierung von Frauen mit Kindern aus der Stadt zu beschleunigen. Mit Hilfe 66 LKW, 38 Anhängern und acht Möbelwagen, sowie 30 Transport einheiten, wurde evakuiert.

Mit dem 22 Februar begann die US-AIR-FORCE im Jahre 1944 ein Zehn Tagesangriffe auf die Elbestadt.
60 Bomber belegten die Junkers-Motoren-Werke in der Neuen Neustadt mit bomben. Auch hauser der umliegenden Wohngebiete wurden getroffen. Menschenleben waren zu beklagen.
Weitere bombenangrieffen:

5 August. Mittagszeit. Fliegeralarm von 12.05 bis 14.20 uhr.
150 Fliegende Festungsbomben trafen die Elbestadt. 693 Starben und 881 verletzen.
5-16 August.Wieder starben beim angrieffe 91 menschen. .
3 Bombardementen am 11-12-28 September. 261 menschen tot.
7 Oktober.
17 Januar 1945, Auch wieder eine sehr schwäre bombenangriff.

Zwischen dem 17 Januar 1945 und dem 17 April wurde die Stadt noch 14 mal ( 12 Tagesangriffe und 2 Nachtangriffe der US-AIR-FORCE und der RAF ). Am 18 April wurde der Westteil Magdeburgs durch Amerikanische Truppen befreit. 17 Tage später rückten Verbände der Roten Armee in das Sstlich der Elbe gelegene Stadtgebiet ein,. Der Krieg war für die Magdeburger zu Ende. Magdeburg gehört zu den in zweiten Weltkrieg am schwärsten (3ten) zerstörten Deutchen Stadten.


De Vlucht
Pap kon dit alles niet meer aan en was helemaal van de kaart. Nabij Kassel woonde een vrouw en heeft hem toen opgevangen en verzorgd. Na 6 weken is hij naar huis gekomen. Stiekum gevlucht met Wullem van Heijnen, en weer als gewonden mannen.
Net als de Duitsers zelf konden ook zij het niet laten iets mee te nemen. Uit een hotel hadden ze vazen Meegenomen. Maar op hun terugreis ervoeren ze dat Nederland voor een gedeelte bevrijd zou zijn en toen waren de kruiken totaal oninteressant. Ze hadden ze ergens op een muurtje neergezet. Het kon hun allemaal niks meer schelen. Ze wilden nu zo snel mogelijk thuis komen. Maar die bevrijding was een wassen neus. Dit bleek alleen in België en Frankrijk te zijn. Watje toen een bevrijding noemen kon. Het werd nog een heel karwei hoe hij over de grens kon komen
Zijn zwager Nol van Ool, was huisschilder in Munchen Gladbach en van hem kreeg hij een onderduikadres. Hij kroop in de bus met ome Nol die elke dag terugreed naar Roermond.
Bij de grens was het natuurlijk zeer gevaarlijk. Iedereen moest eruit. Pap had het zweet in de handen staan. Toen iedereen er voor uit was gestapt, sprong hij achter uit de bus. De soldaten controleerden de bus en liepen er achteruit. Pap schoof achter de menigte uit de bus aan en kroop tussen de mensen een beetje naar voren. Stapten zo met de andere mee voor de bus in en ging de grens over. Toch is de vlucht over de grens de eerste keer niet gelukt.
Hij had mam via ome Nol laten weten dat hij bij de Vlodropper-Statie aankwam. Dit is ook een verhaal dat spreekt voor zich.
Pap zou met een trein aankomen op de statie. Mam zou hem afhalen. Mam ging met Duitse rode kruis auto, gereden door een Duitser, naar Vlodrop. In Vlodrop aangekomen barstte er een bombardement los op het station. De Duitsers schreeuwden moord en brand, stikten van de angst en maakten zich uit de voeten en daar zat Mam in de taxi helemaal alleen en hoogzwanger van mij. Zij dacht het laatste uur heeft geslagen en ze ging hardop bidden. Ze keek naar buiten, maar het was te gek voor woorden. Ze zag dat een Duitser achter een paaltje stond en zich daar aan vast hield. Een lag er zelfs op de grond. Mam zei : ze verstopten zich nog achter een grassprietje. Het was een zwaar bombardement.
Deze vluchtpoging mislukte en pap ging terug naar Munchen-Gladbach. Toen het de 2 de keer wel lukte en mam hem zag heeft ze zich verschrikkelijk geschrokken. Pap moet uitgezien hebben als een man van 100 jaar, oud en uitgeput.


Woensdag 2 mei 2001 Mijn bezoek bij Mevr. Hennen Gubbels in Swalmen.
Haar verhaal
Doordat het mooi weer was ben ik naar Swalmen gefietst om bij mijnheer Heijnen nog wat informatie te halen over zijn belevenissen met pap in de 2de Wereldoorlog.
Mijnheer Heijnen was al 22 jaar dood. Mevr.Heijnen kon mij nog het een en ander vertellen. Zij was 88 jaar.
We hadden bij hen in de kelder gewoond. Ook daar waren op de pekelbakken planken gelegd, die dienden als bedjes voor Lenie en Truusje. Ze kon zich een heel ziek kindje herinneren. Dit was Truusje. Dit kindje deed niets liever dan schommelen in het hobbelpaardje. Pap had 't hobbelpaardje meegenomen naar Swalmen.
Lenie vertelde dat de kinderen elke nacht uit bed werden gehaald om op de pot te gaan.

Met notaris Triepels en slager Kluitmans uit Swalmen, had ook pap daar ondergedoken gezeten. Het was een onderduikadres geweest waar nog vele anderen uit Swalmen.
Slager Kluitmans werd toch verraden en is naar Buchenwald, een concentratiekamp in Duitsland gebracht. Men heeft nooit meer wat van hem vernomen. Het toeval wil dat die middag dat ik op bezoek was bij mevr. Heijnen, de dochter van slager Kluitmans op bezoek was. Zij werd heel emotioneel en ging vrij snel weg. De slagerij van Heijnen met `t woonhuis is helemaal verbouwd. Riet de oudste dochter woont aan de achterkant en mevr. Heijnen aan de voorkant van de Kerkstraat. Ze vertelde dat wij ons huis waren uitgezet, enkele dagen bij tante Beb Helgers hebben gewoond en dat daarna ons gezin met kinderwagen en reiswieg naar hen is gekomen.

Met fam.Heijnen zouden we naar Bruggen te lopen. Onderweg was fam. Heijnen pap en mam met de kinderen kwijtgeraakt. Pap had alles, kinderen, wagen en reiswieg op een paardenkar kunnen laden. Zo hoefden ze dan niet meer door de sneeuw en over slechte wegen te lopen. Op het station bij de wagons zagen ze elkaar weer.
De affaire met de trein had ze ook meegemaakt. Pap was helemaal van de kaart geweest en toen was iedereen zich er mee gaan bemoeien. Je kon deze familie toch niet uit elkaar halen werd er gezegd. Uiteindelijk hadden de Duitse soldaten toegegeven.
Bij aankomst in Friesland werden die, die luizen hadden, kaalgeschoren, en de andere kregen een of andere doek gedrenkt in petroleum of zoiets om hun hoofd gebonden. Wullem Heijnen had in Friesland vele vrienden en kennissen op de fiets gaan bezoeken.
Het was niet alleen dat ze buiten de steden in Duitsland mensen met eten moesten voorzien maar ook in de steden moesten zij ze gaan verzorgen met eten. Meestal was het een dikke soep, gevuld met aardappelen en koolsoorten. Dit werd ook de "Gaarkeuken" genoemd Het was dat Maagdenburg weer werd gebombardeerd, terwijl zij na een eerder bombardement de mensen nog aan het verzorgen waren met eten. Dit was dan dat bombardement waardoor pap zo overspannen raakte Wullem en pap, melden zich ziek. Wullem had het zogenaamd in de rug van `t soep roeren. Pap had zich als een gewond iemand voorgedaan.
In Kayserslautern waren ook brandbommen gevallen. Maar toen ze in deze stad aankwamen was van deze stad niet veel meer over om nog eten uit te delen. Deze stad was een dodenstad. Een en al lijken. Die door de grote vuurzee verschrompeld waren tot niet groter dan vaak 1 meter . Het moet afgrijselijk geweest zijn. De heer Heijnen en ook pap waren vreselijk onder de indruk geweest.
Pap moet 's nachts zo bang geweest zijn dat hij met de kleren aan in bed kroop. Voor het geval, mocht er een bombardement komen, hij al de kleren aan had en snel kon vluchten In die tijd was pap heel ernstig geweest. "Er kon geen lach meer af, terwijl mijn man nog wel eens grapjes maakte": opperde mevr. Heijnen.
Kassel en Maagdenburg hadden volgens haar de hevigste bombardementen gehad die haar man en pap hadden meegemaakt. Pap moet na de oorlog vaak gezegd hebben: Wist ik maar de naam van die vrouw die mij verzorgd heeft in Kassel?.
Zij vertelde dat na de oorlog menige Duitser werd opgepakt die Nederlanders of andere Europeanen hadden verborgen en verzorgd. Daarom wist pap dus denk ik geen achternaam. Die was natuurlijk geheim gehouden.
De vrouwen waarvan de mannen in Duitsland werkten, konden geld halen op de Swalmerstraat in Roermond. Dit was bij het Ortskommandantur. Mevrouw Heijnen ging dan samen met mam daar naar toe. Ik had de foto's van Duitsland die ik van Wim Schulpen had gekregen bij me. Mevr. Heijnen kon haar man niet ontdekken, maar pap zag ze er wel op de foto staan. Zijn typische houding viel haar gelijk op. Mevrouw Heijnen heeft het bezoek van mij zeer gewaardeerd en fijn gevonden.

Mevrouw Hennen bedankt.


Een Vakantie in de DDR
Na een vakantie in de D.D.R in 1989, nu Oost Duitsland, zijn wij naar Kassel gegaan om te zien waar pap eventueel bij deze vrouw gewoond kon hebben. We hadden alleen maar wat aanwijzingen waar het ongeveer kon zijn. We zijn er wel bij uitgekomen, maar we hadden geen naam of adres en dan houd het al snel op. Het deed mij wel wat, als je denkt dat je vader hier zwaar overspannen verzorgd, door een onbekend iemand. Ook in Maagdenburg zijn we geweest, 8 dagen, deze stad is weer helemaal opnieuw opgebouwd. Berlijn, Dresden, overal voelde ik, hier is pap geweest. Ooit, jaren geleden, heb ik een documentaire gezien die hadden beelden van zulke treinen en je zag er ook mensen, soldaten en civiele mensen op deze treinen werken. Göbbels heeft toen een trein bezocht en de opmerking gemaakt " Was haben sie es ja gut !".

Foto's
Pap wist dat er op en bij de treinen foto's waren gemaakt. Vrouwen uit de nabije steden die op deze treinen moesten werken, stonden ook op deze foto's. Pap zei dat er een Duitse soldaat was geweest die foto's maakte, maar vond het jammer dat hij ze nooit had gezien. Wat had ik graag een fototoestel bij me gehad heeft hij later vaak gezegd. Toen kwam opeens Wim Schulpen met deze foto's. Hij had ze van zijn vader die samen met pap in Duitsland was geweest. Het waren inderdaad foto's met vrouwen, bij het appèl aan de treinen.
Pap was zeer onder de indruk. Hij kon het gelijk allemaal terug. Maar de mensen op de foto's kon hij niet meer. Hij wist wel dat hij het was, daar in het midden van de foto. Pap had een typische houding.

Het Front
In 't najaar van 1944 was 't front gevestigd nabij Roermond en toen waren er ook weer Duitsers in huis. Mam, die in verwachting was van mij, kreeg wel eens iets van de Duitsers, kleertjes, extra eten enz. Daar waren hun natuurlijk ook niet eerlijk aangekomen. Dat was zo klaar als een klontje. Toch mam vond dat ze goed voor haar waren. Waarom ook niet?
Er was een aalmoezenier bij die heeft nog een rozenkrans achtergelaten en na de oorlog heeft hij nog een prentje gestuurd van zijn Priesterwijding. Hij heette P. Karl Robers. Waar hij vandaan kwam stond er niet op. De rozenkrans heb ik in mijn bezit.
Een jonge soldaat die bij het front was, kwam elke morgen om 7 uur met de fiets naar ons. Hij kwam binnen en ging dan bij de kachel zitten en zo zat hij tot `s avonds 7 uur, zonder ook maar een woord gezegd te hebben. Mam gaf hem eten en dat at hij gretig op. Na 3 weken kwam hij niet meer. Ze hebben hem nooit meer gezien. Mam zei altijd; " Er waren goede en slechte Duitsers bij. Die in het begin van de oorlog waren het ergst, die zopen en hoerden veel. Maar die soldaten op het eind van de oorlog waren vaak nog kinderen, niet ouder dan 16-17 jaar. Zij huilden veel".
Pap, mam, Lenie en Truusje woonden weer in de kelder. De stad werd steeds vaker gebombardeerd. Op 28 Oktober 1944 bombardement. Vooral in Maasniel vielen veel doden. Ze hadden zeer grote angst. Pap was nu thuis en hoefde niet meer naar Duitsland ?. 11 November 1944 is een zwarte dag uit de geschiedenis van Roermond. Toen immers vond de hevigste luchtaanval op onze stad plaats. Er vielen 30 bommen om 1/2 12 in de middag. 2 per minuut. Er vielen 33 doden te betreuren. De fam. de Bock op de Veldstraat verloor 9 familieleden en fam. Wilke uit de Nassaustraat 6 personen.

De 13 de November
De 13 de november was een zeer zwarte dag want ook toen is Roermond vreselijk beschoten.
Onze straat lag vaak onder vuur. Alle ramen waren gebroken en het hele bed en de wieg waren vol met glas. Mam was op tijd terug naar de kelder gegaan. In de week van 16 tot 24 November waren er constant beschietingen op de stad.

Ome Lei en tante Mia Pansters-Reulen hebben bij ons ingewoond?
Op 24 januari 1945 overleed opa van Herten aan de Kapel. Hij was geboren op 24 januari 1866. Hij was een zware suikerpatiënt en daardoor is er een been afgezet. De winter in 1945 was streng en de grond was dusdanig bevroren dat opa niet direct begraven kon worden en zo heeft hij enige dagen in de voorkamer op de tafel gelegen. In de oorlog werden de overledenen meestal de dag erop al begraven.


De Evacuatie
Evenals andere (nog) bezette Limburgse gebieden, was ook Roermond met omgeving sinds begin september opgenomen in het Reich (Gau Düsseldorf). De Bisschopsstad werd "Frontstad". Het was duidelijk dat er geëvacueerd moest worden, met het oog op de te verwachten gevechtshandelingen. In het aangrenzende gebied van Duitsland waren de dorpjes en steden al grotendeels geëvacueerd. Hoewel volgens uitdrukkelijk bevel binnen een uur de mensen hun huizen uit moesten zijn en na beëindiging van de evacuatie geen burger meer in het gebied mocht blijven, bleven er toch stiekem in Maasniel achter. Ook mijn schoonouders met hun familie zijn op de Kapellerlaan omgekeerd en terug naar huis gegaan. Ze doken onder bij opa Diels in de Roermondsestraat op het Gebroek. Mijn schoonvader en ooms kropen onder de aardappelen. Er zaten ook nog 3 Poolse meisjes ondergedoken. Ook dit is zeer riskant geweest, omdat aan de overkant de Duitsers in een huis gelegerd lagen. Een zusje van de moeder van Piet Reuten, Rosalie Diels, is met 9 andere personen door een bombardement om het leven gekomen. 28 oktober 1944 op het Gebroek.
Als je bleef kon je als spion beschouwd worden en standrechtelijk kunnen worden gefusilleerd.
Op de Wilhelminalaan waren ook families die niet evacueerden. Er kwam na de oorlog aan het licht dat in meerdere huizen geplunderd was geworden. Tante Beb Helgers heeft na de oorlog nog kleding en lakens teruggehaald. Die mevrouw was zo stom geweest om de spullen aan de waslijn te hangen. Hij was een Duitser en zij droeg een Jodenster. Rara hoe kan dit? Niemand wilde dat toen weten of zien. Meerdere mensen uit de straat hadden geplunderd. Iemand had zelfs zijn hele schuur volstaan met meubels, enz. Uit huizen van Roermond en omstreken. Na de oorlog werd het gezicht van een vrouw zwart gemaakt omdat zij had gestolen. Meisjes of vrouwen die gehoerd hadden met de Duitsers werden kaal geschoren.


Bruggen - Veewagons,
Voor dat pap en mam met de kinderen evacueerden, heeft pap de ramen in het huis met planken dichtgemaakt. Alle ruiten waren kapot.
Ongeveer rond 21 Januari 1945 werd groepsgewijs met de "Raumung"begonnen. Duizenden mannen, vrouwen, kinderen en oude van dagen zijn met karretjes, kruiwagens en kinderwagens te voet naar Bruggen gelopen. Dit was vanuit Swalmen een voettocht van zowat 20 km . Strenge vorst, sneeuw, open wegen, vliegtuiggevaar, enz. Pap kon bij iemand de kinderwagen vastbinden en de reiswieg en Lenie op een grotere wagen neerzetten. Ze werden in de kerk, een verlaten fabriek en woonhuizen ondergebracht. Daar moest gewacht worden op de treinen die de mensen naar Friesland, Groningen, en Drente zouden brengen. In de kerk was het een nare toestand. Ze zaten dicht op elkaar. Luiers werden op de roosters te drogen gelegd. Wassen kon niet. Ze lagen op wat bruin stro en gestolen werd er als de raven...............
Toen dan de treinen eenmaal kwamen was er een grote opluchting. Maar het waren vee wagons. Deze treinen vertrokken telkens in de avond. 30 tot 90 personen werden in één wagon geperst.
Men stond, leunde, zat of hing tegen de ander aan en wachtte op vertrek. Het duurde vaak ontzettend lang voordat de trein eindelijk vertrok. Bij alle transporten was dit anders. Er lag een beetje stro of helemaal niks op de bodem van de wagon.. Na 5 minuten rijden stond hij vaak al stil. Waarom? Niemand wist het. Er waren transporten die aan een stuk door reden, maar ook treinen die onderweg door Duitse burgers met eten verzorgd werden.
De treinen waren vaak het doelwit voor Engels/Amerikaanse jagers/bommenwerpers. De kolossale Rode Kruisvlaggen op het dak van de treinstellen hielpen niet. De droevigste rit was op 6 Februari 1945. Deze rit had fataal kunnen worden voor pap, Truusje en Ria. Mam zat met Lenie al in een trein en pap zou met Truusje en de reiswieg in de volgende trein plaatsnemen. Ze zouden dan gescheiden zijn. Pap kreeg voor elkaar dat hij toch bij mam in de trein kon. Er werd geruild. Deze 2de trein is onder Nijmegen ( Wesel ) gebombardeerd. Er vielen dan 9 doden en vele gewonden. 9 Stadsgenoten vonden de dood, waaronder 3 uit een familie. Truus Thomassen verloor daarbij een been. Ze kon zich vaag iets van het incident herinneren.

Friesland - Warns - Sneek- Fam. Dijkstra
Wij gingen naar Friesland. Bij aankomst werd je verzorgd, ontluisd en kaal geschoren. In Bolsward stonden de mensen ons op te wachten. „ Je stond daar als op een veemarkt" zei pap. De mensen konden kiezen wie ze wilden hebben. Pap had eens rondgekeken en ontdekte mijnheer Dijkstra en dacht bij die man wil ik wel met mijn gezin gaan wonen. Pap vond hem aardig overkomen. Dit moet wederzijds geweest zijn want de heer Dijkstra koos pap met zijn familie uit. We gingen wonen in Warns. Mijnheer Dijkstra was dominee maar bezat toch ook een grote boerderij met knechten. Ze hadden 3 kinderen. 2 zonen en Aaltje de dochter die doof was.
Truusje en ik werden direct naar het ziekenhuis in Sneek gebracht. Truusje had longontsteking en ik had navelbreuk, neusdyfterie en mazelen. Met 4 maanden woog ik maar 7 pond . Mam maakte elke dag van `s morgens 6 uur tot `s avonds 6 uur de tocht met een bootje over het Snekermeer om naar het ziekenhuis in Sneek te gaan. Om 6 uur vertrok ze met 'n kar naar een klein haventje in de buurt van Warns, en van daaruit met het bootje alle kleine kustplaatjes af om mensen op te halen en te brengen die ook naar Sneek of bij een of ander dorpje moesten zijn.
Deze tocht duurde ongeveer 3 uur heen en 3 uur terug.. Truusje stierf op 5 maart 1945 in Sneek. Zij werd begraven in Bakhuizen op de kinderbegraafplaats.

 


Het bidprentje

Ter herinnering aan Truusje van Herten
Zij word geboren 21 april 1942 en mocht 4 maart 1944 reeds naar de hemel toe.

Onschuldig kind, na korte dagen
Heb je den Heer reeds opgedragen
Je schone ziel:
Je dood heeft ons in smart gedreven
Heeft droefheid ons in `t hart gegeven
Toen je ons ontviel.

Het zij zo het moet, het helpt geen klagen,
Op deze morgen en alle dagen
Gods Wil geschiën !
Ach bid voor ons en blijf daarboven
Den God van al wat goed is loven…..
Tot wederzien


Fam. Beeren
Ik was zo ziek dat er voor mij ook geen hoop meer was. Ze haalden mij terug naar Warns op de boerderij. Een wijkzuster kwam mij om de 3 uur verzorgen. Zelfs 's nachts kwam ze.
De fam. Beeren uit Maasniel woonden schuin tegenover fam. Dijkstra. Mevr. Beeren-Moberts had ook een dochtertje die net zo oud was als ik. Jeanne en ik hebben nog op de lagere school naast elkaar gezeten. Mevr. Beeren was goed gezegend met moedermelk en omdat ik niet meer at of ook maar iets tot mij nam kwam ze zo veel mogelijk overdag om mij bij haar aan de borst te laten proberen tot dat ik weer zoog en dronk. Wat gelukkig na 4 dagen lukte.
Pap zei: "Ik heb toen steeds gezegd, Ria wordt beter want die oogjes van haar tintelen en het is net of ze dan lacht". Hij heeft gelijk gehad. Oma Reulen-van Helden, die bij ons in Friesland woonde, vertelde mij dat ze mij met lepeltjes water weer aan het eten had gekregen en dat mijn wiegje in de zon in het voorkamertje stond. Het heeft lang geduurd voordat ik beter was. Eerst lag ik 11 weken in het ziekenhuis in Sneek en toen nog eens 13 weken in Roermond
Pap moest meehelpen op de boerderij. Dit viel niet mee. Hij vond koeien melken een zwaar werk, en het was in Friesland veel kouder dan in Limburg.

Evacuatie-Lijst - 1 mei 1945

Bij Boekhandel Boom heb ik een krantenkopie gekocht van een Evacuatielijst uit Roermond en aangrenzende dorpen.
De Gazet van Limburg verzorgde deze uitgave. Papierschaarste beperkte voorlopig deze oplage. Onze beschrijving luidde:

Herten van Reulen G. 4 pers. Beeklaan 91 Warras Z. 108. )
Die van::Fam. Bair en Beb Helgers-Reulen 4 pers. Beeklaan ( Groningen, Bankastraat 28 ) -Geb.13 april `45 Gerardus-Johannes-Jozef Overl. 26 april '45 te Groningen.
:Fam. Nol en Clara v. Ool-Reule, Ernst Casimirstraat 16 ( Groningen, Knorreweg 6 )
:Fam. Lei en Mia Pansters-Reulen - 4 pers. Begijnhofstr. 9 ( Warns no 107 )
Oma Reulen: Reulen- v. Helden 1 pers. Begijnhofstr. 9 (Warns N.90 Th. De Graaf )
:Fam. Sjra en Tilla van Helden-van Herten van m.v. 4 k.
( Wirdum F 2 )


 

Vele tienduizenden uit Midden-
en Noord-Limburg bevinden
zich nog in Groningen en
Friesland. Deze lijsten van
geëvacueerden -- tot het
laatste bijgewerkt -- , maken
sneller contact tusschen de
families mogelijk. Wij willen daar
graag bij helpen, en bovendien
zooveel mogelijk onze assistentie
verleenen voor den terugkeer van
de Limburgsche geëvacueerden.

Directie

Gazet van Limburg

Maastricht

Uit Maasniel zijn ongeveer
650 gezinnen geëvacueerd.

De

Gazet van Limburg

verzorgde deze uitgave

---------------------

Papierschaarschte beperkte voorloopig onze
oplage. Maar wij komen terug ! Ook in Midden-
en Noord-Limburg, waar wij pionierden


„BISDOM ROERMOND TE ....LEEUWARDEN"

Tienduizenden Limburgers wachten in brandend

Heimwee op een spoedigen terugkeer naar hun geboortegrond.

( Van onze chef-reportage )

Leeuwarden, April.

In Boetserzwaag en Oosterblerum, in Uithuizermeeden en Leeuwarden en overal, ver verspreid over een eindelooze reeks plaatsen, dorpen en gehuchten in de provincies Groningen en Friesland leven nu sedert maanden vele tienduizenden uit Midden- en Noord-Limburg. Ver weg, honderden kilometers naar 't Zuiden liggen hun steden, hun dorpen, hun woningen verlaten; 'n sombere rij van ellendige ruïnes, leeggeplunderd soms tot het laatste schilderijtje en de laatste vloermat. Men wéét dat, in het Noorden.
Toen dit zwaar beproefde deel van onze Limburgsche bevolking in Januari den verschrikkelen evacuatietocht begon, op de punten der Duitsche bajonetten, was Roermond reeds een geteisterde stad en lag Venlo al grootendeels in puin - en men ervoer later ook tot in verste uithoeken van Friesland, dat andere plaatsen als Echt en Susteren en Montfort en Linne en Gennep in den fellen winterslag om de Roer aan flarden geschoten waren.
„Doet het er nu toe? " vragen nu de Limburgers, ginds in het Noorden. Doet het er nu toe, dat wij puin vinden waar wij een woning achter lieten?
Doet het er toe, dat de beruchte Duitsche „ plunder-commando's vrijuit roovend en vernielend door onze dorpen en steden trokken.
Doet het er toe, dat onze veestapel verdwenen is, dat onze akkers nu mijnenvelden zijn en dat wij opnieuw zullen moeten beginnen, heelemaal van voren af aan?
Neen ! het doet er niet toe ! men verzekerde het mij met nadruk, overal waar ik het Noorden Limburgers ontmoette, waar zij, mijn wagen bestormden om nieuws uit het Zuiden en waar zij mij sméékten : schrijf !.... schrijf, dat zij ons terughalen, Nu ! Gauw ! Onmiddellijk!!! Er sloeg een steeds groeiende golf van brandend heimwee door deze groote, zwaar getroffen Limburgsche families, sedert de weg over de rivieren, de weg tusschen Limburg en het Noorden, vrij kwam dank zij het Canadeesche offensief. Deze golf van heimwee damt men niet meer in. Men mag haar niet indammen, zoo vertelde mij in Leeuwarden de Vicaris-Generaal van het Bisdom. Prof. Dr. F. Feron, men mag dit goede, sterke Limburgsche volk niet langer verwijderd houden van zijn geboortegrond, wil men het gaaf en ongeschonden terugbrengen.
Het moge dan waarschijnlijk zijn, dat de pijn om de geleden verliezen zwaarder op deze Limburgers zal drukken dan zij nu verwachten, straks als zij terug zijn temidden der ruïnes - dit volk heeft teveel meegemaakt om zich nu door deze ruïnes te laten afschrikken. Het is te sterk, te gezond en te 11 veerkrachtig om nog langer schuil te blijven achter het „gemakkelijke„ leven-zonder-zorgen temidden der Noordelijke gastvrijheid
Dit volk heeft genoeg gehad van dezen oorlog. Het wachtte vele maanden tevergeefs op de bevrijdende legers die het, op een steenworp afstands, aan de overzijde van de Maas zien kon. Het wachtte levend in kille, vochtige kelders bij kaarslicht, gejaagd door een helschen bezetter die in Roermond op één dag 18 razzia's hield. Het hield hongeroptochten naar de boerderijen, urenlang in nijpende kou onder moordend granaatvuur. Het moest toezien hoe de projectielen steeds meer puin / verwoesting zaaide. Het zag zijn zonen, bewaakt door de gehate Grüne Polizei, weggevoerd met onbekende stemming. Het voelde zich alleen, en zo verlaten. Maar het bleef zichzelf. Het stond pal - en s' avonds, bij het kaarslicht in de volgepropte kelders„ toepte " men. En hoopte. En wachtte, wachtte
Dit volk had alles meegemaakt, honger, ontbering, koude, ellende en onmenschelijke terreur, - toen het ergste kwam: „De Verplichte Evacuatie". Er waren er honderden, die op dat ogenblik den dood boven deze evacuatie verkozen zouden hebben, maar de Duitschers kenden geen medelijden. Naar het Oosten dreven zij de vreeselijkste karavanen die Limburg ooit gezien heeft. Een onmenschelijke treinreis, die soms 80 uren in beslag nam en meer dan eens in paniek onderbroken moest worden bij aanvallen van geailleerde vliegtuigen, bracht hen naar het gastvrije Noorden ; arm en ontredderd, dof en ontmoedigd. Misschien zouden duizenden deze slag nooit overleefd hebben als Limburgs Bisschop en met hem meer dan tweehonderd Limburgsche priesters er niet geweest waren om steun te geven, om overal te helpen waar hulp noodig was en om van deze weggedreven Limburgers temidden van een bevolking die er andere levensopvattingen en een andere leefwijze op na houdt, onmiddellijk een groote familie te maken.
Rond zijn Bisschop geschaard, heeft Midden- en Noord- Limburg ook deze slag opgevangen.
Het Bisschoppelijk bureau aan de Voorstreek te Leeuwarden werd naast het zenuwcentrum der geestelijke zielzorg, een soort van regeeringsgebouw waar men via een enorme administratie uit elkaar gerukte gezinnen weer bij elkaar bracht, waar men troostte, regelde, improviseerde en, met gebrekkige middelen soms, daadwerkelijk hielp.
Onze priesters werden missionarissen in een land zonder transportmiddelen en met gemeenten die soms twaalf dorpen omvatten, die elk een paar uur loopen van elkaar liggen. Zij smeedden deze band, die Limburg ook hier en onder deze vreeselijke omstandigheden Limburg deed blijven. Maar nu is Limburg vrij !!
En de wèg van het Noorden naar Limburg is vrij. En opnieuw begon voor dit Limburgsche volk een ellendig wachten. Is het wonder, dat het heimwee groeit ?

Bisdom Roermond Groningen
Te Leeuwarden
Voerstreek 62

Gaarne delen wij u mede, dat……………..

…………….......…………………………zich bevinden te

.........……………………………………………………….

Met ware hoogachting

Zodra wij nadere gegevens krijgen
zullen wij u deze - na navrage –
gaarne toezenden

Dit was het beroemde formulier, dat na de evacuatie, duizenden weer bij elkaar bracht.

Martin W. Duyzinga



De Terugkeer naar Maasniel
Eindelijk was het zover men kon naar huis. Bij een konvooi vrachtauto's die naar Limburg reden is pap eerst alleen meegegaan. Hij wilde zelf zien hoe de situatie thuis ervoor stond, voordat mam en de kinderen kwamen. Toen hij de Wilhelminalaan in reed zag hij een vrachtauto voor de winkel staan, waarop spullen ingeladen zouden worden die uit ons huis kwamen en op de stoep klaar waren gezet. Waren `t Duitsers of Nederlanders? Of pap iets gezegd heeft weet ik niet maar ze hebben zich wel snel uit de voeten gemaakt. De spullen op de stoep achterlatend. Pap vond er alles kapot. Met hulp van kepperke Evers uit de Broekhin en Jupke van Schmitz uit Leeuwen hebben ze samen, zo goed en zo kwaad als het ging, nieuwe planken voor de ramen geslagen en het huis en de winkel een beetje op orde gebracht. Hij is toen mam met de twee kinderen in Friesland gaan ophalen. Truusje die op het kerkhof lag in Bakhuizen bleef achter. Was het Evers of Jupke Schmitz die samen met pap, mam met de kinderen ging halen in Warns? Er moest in en om het huis veel gebeuren. De glas- en loodruiten werden in Swalmen hersteld en de rekken met vleeshaken uit de winkel zijn opnieuw verchroomd in een fabriek in Swalmen. Glas, hout, enz, er was niks te krijgen. Dus werd met behulp van de dingen die ze nog hadden of konden krijgen voorlopig hun woonhuis met de winkel opgeknapt. Op het speelplein van de Laurentiusschool stond een piano waarop negers jazzmuziek aan het spelen waren. De piano was uit 't huis gehaald bij fam. Mooren die naast de school woonden. De piano was hierna niet meer te gebruiken want hij had constant in de regen gestaan. Ook hun huis was helemaal leeggehaald toen ze terug kwamen van hun evacuatie uit Raalte. Ze kregen toen spullen van de hulpaktie De Ark. Ook zij zouden naar Friesland gaan, maar zijn door beschieting van de trein niet verder gekomen dan Raalte. Een zoon werd gewond en kon niet verder. De hele familie mocht bij hem blijven. De heer Mooren was het hoofd van de jongensschool.
Bij Lena Neelen hing een parachute in de boom. De stof was van zuiver witte zijde, wat voor trouwjurken en voering werd gebruikt. Er had een adres van een Candese piloot aangezeten.
Ludo Rots die in het huis van fam. Salden woont, die buren van de villa "Sunnie Hill", vond op zijn zolder ± 50 jaar na de oorlog nog een kist met munitie. In de huiskamer was nog op de planken de rode verf te zien waar de doeken met de grote V geverfd waren.

13 Weken -'t Geheim

Bij terugkeer ging ik voor 13 weken naar het Laurentius ziekenhuis te Roermond. Ik lag in de barakken. Mam vertelde dat een zuster die op het Gebroek had gewoond mij verzorgd had. Zij alleen, wilde mij verzorgen. Mam bleef het antwoord schuldig wie zij was. Ik heb hier en daar gevraagd of iemand een zuster kende van het Gebroek die na de oorlog op de kinderafdeling had gewerkt. Maar niemand die het wist.


Truusie

In augustus ging pap weer naar Friesland. Nu ging hij om Truusje te halen. Zij werd in Maasniet begraven. Jupke Schmitz reed met zijn vrachtauto. Truusje lag in een klein kistje. Pap heeft mij verteld, (met nadruk zolang hij nog leefde dit aan niemand te vertellen), dat hij onderweg het kistje had geopend. Hij enkele plankjes losgemaakt. Hij wilde Truusje zien. Het had hem verbaasd dat Truusje er toen nog heel gaaf en mooi bijlag.


5 mei 1945 Nederland bevrijd

Uit de puinhoop der verwoesting

Rijst het nieuwe Nederland

Hollandsvlag zal weer getuigen

Van een krachtig Vaderland


Na de Bevrijding
Op 1 maart 1945 hebben de Duitsers het gebied verlaten en werd de vesting Roermond bevrijd door de militairen van het 16e Amerikaanse legercorps en het 15e Cavalerie Verkenning Eskadron, ressorterend onder het 9e Amerikaanse leger. Het bord van Sunny Hill werd aan de gevel bij fam. Janssen verwijderd en dokter Bartels bracht er toen zij er kwamen te wonen een bord met de naam "De Vluchtheuvel "op de gevel aan. Omdat er in de oorlog vluchtelingen en onderduikers in de kelder hadden ondergedoken gezeten.
Voor velen kwam na de bevrijding het verwerken van deze gruwelijke tijd. Ook pap en mam maakten dit proces door. Ze waren echt overspannen. Mam zat in de tuin op een stoel vaak voor zich uit staren. Ze zei dan ook:,, Ik ga dood ". Ze zag het niet meer zitten. Ik trok haar dan aan de schort en kroop op haar schoot en zei tegen haar:,, Neet dood gaon mam". Het heeft zeker 4 á 5 jaar geduurd. Ik stond erbij toen Dr. Mol tegen mam zei, dat het misschien goed was om naar een sanatorium in Zwitserland te gaan. Ze kon daar tot rust komen en helemaal beter te worden. Nou dat was voor mam het einde en ze was dan ook in alle staten en huilde. " Ik kan de kinderen toch niet achterlaten" schreeuwde ze.. Dit heeft een zeer diepe indruk op mij gemaakt.
Pap had een schriftelijke tekencursus laten komen. Hij moest ook afleiding hebben en op andere gedachten komen. Ook hij was overspannen en hij zag hoe mam leed onder het verlies van Truusje en al die ontberingen die ze had doorstaan.
Zoals bij zo velen mensen had de oorlog een behoorlijke stempel gedrukt op hun gemoed. Angsten en spanningen moesten overwonnen worden.
De zaak was niet florerend, draaide niet. Elke cent moest tien keer omgedraaid worden. Oma van Herten stierf en door de erfenis die ze toen kregen werd de winkel nog eens verbouwd. Ome Rie bood aan om zich bij elkaar te gooien. Als BV. Mam wilde dit niet. De winkel werd in 1959 van de hand gedaan. Pap wilde niet dat iemand van zijn zonen de zaak zou overnemen. Hij zei:"Ik moest, omdat het normaal was dat kinderen het beroep van de vader overnamen. Hij was liever iets anders gaan doen. Misschien wilde hij wel schilder of kunstenaar worden. Helaas hebben we dit nooit aan pap gevraagd. Na de oorlog is een familie Stroeken bij ons komen inwonen. In 1956 hadden ze jongens van Huize St Jozef (een tehuis voor jongens van ontspoorde huwelijken en weeskinderen ) in de kost. Dit naar aanleiding van de Hongaarse opstand. De vluchtelingen werden in dit tehuis geplaatst. Maar ik denk dat ze het geld ook goed konden gebruiken. Ik heb die tijd als zeer gezellig ervaren. Op een gegeven moment waren het zelfs 5 jongens die bij ons woonden. Mam deed alles voor hen. Wassen, koken, en strijken. Voor karnaval naaiden mam zelfs voor hen de kostuums.
Mam en pap kregen 2 zoontjes. Harrie geboren op 9 juli 1952, en drie jaar later werd Huub geboren op 18 december 1955.
Hierna heeft hij nog 17 jaar als slager op het Engelse kamp in Elmpt gewerkt.
Het huis werd drastisch verbouwd, van een woonhuis werden er twee gemaakt. Sjra Janssen heeft 6 jaar de slagerij gerund en er tevens met zijn gezin gewoond.
Vanaf 1965 is het nog vaak verhuurd geweest. Engelse gezinnen van het kamp in Elmpt, nozems in de jaren 70, de Indisit, enz. Toen mam slecht ter been was zijn pap en mam naar beneden verhuist en werd de bovenwoning verhuurd. Zij hebben nog tot Januari 1998 op de Wilhelminalaan gewoond Mam die ziek was is 9 maanden in Cammilus verzorgd. Daarna zijn ze samen naar het bejaardenhuis De Pollaert in de stad gegaan.
Het huis werd na 58 jaar verkocht. Hun 60 jarig huwelijk mochten ze net niet meer vieren. Mam overleed 14 februari 1999 en pap 18 januari 2001

Naar Warns 1993
Mam wilde beslist eens naar Friesland teruggaan om alles, zoals het ziekenhuis en fam. Dijkstra in Warns te bezoeken. Het kwam er niet van.
Dit was voor mij de aanleiding om naar Friesland te gaan.
Ik vroeg haar van alles, maar ze wist nog maar enkele dingen. En wilde ze er wel over praten? Mijn gevoel zei dat ze op een of andere manier niet kon.
Ze hebben na de oorlog nooit meer contact gehad. Wel zijn de heer en mevrouw Dijkstra nog eens bij ons in Maasniel op bezoek geweest. Zij vroeg toen aan mam of ze de dochter was. Wat moet mam er in de oorlog in Warns dan oud hebben uitgezien!
Pap zei dat ik naar Wullem Beeren moest gaan voor informatie.
Toen ik op de stoep stond bij de heer Beeren en vertelde waar ik voor kwam, vroeg hij gelijk ; Bos doe det kientje waai net neet meer dood ging? Och waat waas det sjoon gewaes esse biej ós oppe golje broelof binne waas gekómme, want eigelik bósse auch ein klein bietje ein kientje van mien vrouw en wast zól diej det sjoon gevónje höbbe. Jao, doe waars der sjlech aan toe. Veer vónje 't ech erg veur dien mam en diene pap want ein kientje waas al dood". Van de heer Beeren hoorde ik dan ook dat het zijn vrouw was waar ik bij aan de borst had gelegen. Ik kan mij nog herinneren dat wij Wullem Beeren met de vrouw en 2 kinderen tegenkwamen op de Kermis in Maasniel en dat mevr.Beeren toen vroeg: "Mien hóbse noe 2 of eín kiendje dood"? Waarop mam zei: 'Tin maar, det anger, Ria, hiej sjteit `t, `t is nao lang krank zeen toch nog baeter gewaore".
De vrouw van Wullem was in 1993 ziek. Ze werd verpleegd in Hornerheide.
Jammer, dat ik te laat was gekomen vond Wullem Beeren. Over Friesland wist hij ook niet meer veel.
Een van de kinderen. Jeanne had nog wel eens contact. Ikzelf heb nooit geweten dat `t mevr. Beeren was die mij gevoed had. Mam zei dat er iemand in de trein was geweest waar ik bij had mogen drinken. Ook bij het maken van een feestgids voor hun gouden bruiloft heb ik dit mam nog eens gevraagd. Of ik dit er in verwerkt had als ik het geweten had? Het was voor haar een zeer moeilijk onderwerp. Friesland was een grote zwarte bladzijde uit haar leven. Er werd met weinig informatie in 1993 naar Warns gegaan. Het dorpje ligt niet ver van het IJsemmer Het is een zeer lang uitgestrekt dorp. Pap sprak vaak over de dijk waar hij `s morgens vroeg ging wandelen. Wij kwamen in Warns aan, reden wat rond en vroegen waar ene fam. Dijkstra zou wonen. De mevrouw die wij dit vroegen, was zelf een Dijkstra, en een schoonzus van onze mevr. Dijkstra. Zij verwees ons naar het andere eind van het dorp. Dijkstra's waren er veel. Het is een typische Friese naam. Warns had 3 kerken en er was maar een winkel, waar alles te koop was. TV, zeeppoeder, fiets, stof, levensmiddelen en fournituren, enz.
Aan deze lange weg lag de boerderij. Een schoonzus woonde thans in de nieuw opgebouwde boerderij. De oude boerderij was ooit helemaal afgebrand. Een schuur en het hekwerk was het enige dat nog over was. Zij gaf ons het adres waar mevr. Dijkstra nu woonde.
Wij gingen op pad naar het dorpje Rijs. Wij hebben bij de zoon van onze mevr. Dijkstra aangebeld maar hij was niet thuis. Na lang zoeken vonden we toch het huis. Inmiddels wisten we dat de heer Dijkstra overleden was.
Ik had bloemen gekocht en was best wel zenuwachtig. We belden aan.
Zij deed open, ze keek mij aan en zei: "Mien, uit Limburg", zei ze. Ik leek ontzettend veel op mam. Ze vond het geweldig. Ze was echt onder de indruk en emotioneel. Het gesprek kwam daardoor niet echt op gang.
Ik vertelde over mam, pap, en hoe het na de oorlog met hen was gegaan, en dat er nog 2 zonen waren geboren. Zij haalde de fotoalbums uit. Na de oorlog had mam haar foto's gestuurd. Mevr. Dijkstra heeft voor mij de foto's overgemaakt en opgestuurd.
Van haar kreeg ik het hele verhaal van ons gezin te horen. Lenie was een hele tijd kaal geweest. Zij speelde veel buiten en was graag bij de dieren. Pap hielp mee op de boerderij. Melken, enz wat hij zeer zwaar werk vond. Ook vond hij het in Friesland veel kouder dan in Limburg. Piet in ik zijn bij mevr. Dijkstra ongeveer 5 uur op bezoek geweest. Zij nodigde ons uit voor het eten. Na dit bezoek heb ik nog steeds contact met haar gehad. Ze schreef zelfs dat ik nog beslist eens naar haar toe moest komen. Ze had mij nog veel te vertellen. Dit is er nooit van gekomen, terwijl ik het mij wel had voorgenomen. Ineens bleven de brieven weg en kreeg ik een brief terug met adres onbekend. Of ze overleden was?
De volgende dag zijn we naar het kerkhof in Bakhuizen gegaan. Er was een kinderhoek. Ik ben er vanuit gegaan dat Truusje daar begraven heeft gelegen.
Mijn videocamera had ik bij me. Alles staat op film. We zijn terug naar Warns gegaan, want ik wilde Warns toch nog een keer zien en er vertoeven. Het gaf mij een heel speciaal gevoel van binnen.
In Sneek hebben we het St. Antoniusziekenhuis bezocht. Het ziekenhuis was zo te zien nooit verbouwd. Ik ben naar de kinderafdeling gelopen, waar natuurlijk wel het een en ander veranderd was. Natuurlijk zijn we naar het haventje geweest waar mam `s morgens en `s avonds met het bootje aankwam.
Verder hebben we de steden Bolsward, Hindeloopen, Joure, Workum, IJlst, Stavoren, Makkum, Harlingen en Franeker bezocht. Wij hebben toen gelogeerd in Heeg van 2 tot 6 Augustus 1993.

Reactie
Pap en Mam waren op het moment dat ik hun alles vertelde en de foto's en film liet zien erg onder de indruk. Maar toch daarna is er nooit echt meer over gesproken. Mam liet wel een paar maal ontvallen dat ze eens moest schrijven naar mevr. Dijkstra. Zij heeft dit nooit gedaan. Ik kan mij er wel iets bij denken. Ze hebben wel echt meegeleefd toen ik er heen ging. Ik denk dat voor hun veel leed boven kwam en ze liever deze periode uit haar gedachte wilde verbannen. Zover ik me kan herinneren, ging mam nooit naar het grafje van Truusje. Zij kon dit niet aan.
Als kind ben ik een paar jaar in de Mei- en Oktobermaand elke dag met Truusje Knops achter op mijn fietsje bloemen gaan brengen op het grafje van Truusje. Mam wilde dit graag. Uit de weelderige tuin van Knops kwamen de bloemen. Anjers en Vergeet-mij-nietjes werden geplukt want die vond ik de mooiste. Op het grafje stond een wit kruisje met blauwe letters. Nu staat er een mooie steen op.

Natuurlijk heeft ieder zo zijn eigen verhaal over zijn belevenissen tijdens de 2e wereldoorlog. Dit kan voor vele, nu het misschien nog zou kunnen, aanleiding zijn om ook de ervaringen of vertellingen van de ouders op papier te zetten.
Het is historie en kan voor het nageslacht zeer interessant zijn om te weten wat hun grootouders, ouders meegemaakt hebben in deze erbarmelijke tijd.

Trouwen - Kienjer en de Zaak
De "Oorlog" kwaam, en det waas raak !
Nieks bleef uch óntzach
Vàòl leid haet `t uch gebrach.

Mit de buurt waar eine hechte bandj
Toch zeet geer,
Pap, in Pruuses,
En later, samen in Frieslandj belandj.

De Oorlog, waas eine versjrikkelikke tied
Maar nao vief bange jaore is d'r kwiet.
Mit opboewe waerde begónne
De laevensmiddele waren op de bónne.

Eine moejelikke tied brook aan
Veur Pap en Mam oppe Wilhelminalaan.
Het ging sjtap veur sjtap
Maar geer hób 't `m toch maar gelap.

En ging 't daonao nog waal ins get fout
Geer ging altied verder
Het geluif en al die krach
Haet uch, "De Gooie Herder" gebrach.

De 60 Jaorige Broelof waerde net neet gehaold
Maar toch hób geer wie ein Diamant gesjtraold.
De Dank is groot waat geer ós deet gaeve
Het waas veur uch ein langk, riek en bewaoge laeve.