Het oorlogsverleden van mijn ouders Frits van Herten en Mien Reulen 1939-1945: door Ria Reuten van Herten
Door al de verhalen en belevenissen van Mam en Pap uit de 2 de Wereldoorlog kon ik het niet nalaten om dit op papier te zetten. Mensen uit de buurt die toen woonden op de Wilhelminalaan, en er nog wonen, hebben met hun ervaringen te vertellen uit de oorlog dit verhaal deels bevestigd en tot een geheel gemaakt. Mijn dank hiervoor. Verder heb ik materiaal naslagwerk van deze oorlog geraadpleegd en gebruikt. De bijgevoegde foto's maken het tot een geheel.
Ria Reuten van Herten
De Kinderen
Ongeveer een half jaar later na hun huwelijk, op 31 oktober 1940 werd Lenie hun 1ste dochter geboren. Truusje, het 2de dochtertje kwam op 4 maart 1942 ter wereld. Pap had gelijk gezien dat er iets met de baby aan de hand was. Mam niet. Mam meende later te zeggen dat dit door de lange strenge winter gekomen was, maar ook, omdat de bevalling zeer zwaar was geweest. Truusje was een mongooltje en deze kinderen werken dus niet mee bij een bevalling. 1942 had een zeer strenge winter. De Maas was toen dichtgevroren.
Ria werd 12 november 1944 geboren. Met granaatvuur is ze die zondagmorgen ter wereld gekomen. De bevalling begon 3 weken te vroeg. Pap had de slaapkamer in orde gemaakt zodat mam op een gewoon bed kon bevallen. Hij ging om 9:30 uur vroedvrouw Maassen halen, maar hij kwam niet verder dan fam. Halmans toen de straat met granaten en bommen beschoten werd. Er sloeg een groot gat in de beek. Pap viel met het hoofd tegen een muurtje en viel door dat gat de beek in, hij was behoorlijk gewond. Hij is bij fam. Halmans naar binnen gestrompeld en Pierre Halmans is toen op de fiets gesprongen om vroedvrouw Maessen en dokter Mol te halen. Wat moet mam daar een doodsangst hebben uitgestaan op dat bed. Was ze alleen? Ik weet dit niet. Als de vroedvrouw en de dokter arriveren, was de baby, ik dus, al geboren. Om 10:30 uur ben ik op een zondagmorgen geboren.
De inval van de Duitsers
De nacht van donderdag 9 op vrijdag 10 mei is bijzonder helder en koud. Ze zal gevolgd worden door een stralende vroeg-zomerdag. De hele meimaand was uitzonderlijk zomers. Over de grens werd het `t Hitler-weertje genoemd. Tegen 4 uur in de morgen bonken zware slagen over Roermond. De hele stad is wakker. De Maasbrug is opgeblazen en de Maasweien worden een groot depot van oorlogsmateriaal. Tanks, kanonnen, enz. Ook klinken doffe dreunen aan de grens. Ze lijken dichterbij te komen ....Eerst denkt men aan oefeningen, maar al snel weet men dat dit het begin van de oorlog met de Duitsers is.
Bij de inval van 10 mei stond pap in de winkel en maakte een foto van de Duitsers die met hun paard en wagen aankwamen. Hij wist niet hoe hij bij het venster weg kwam toen hij zag hoe de Duitsers op de winkel af kwamen. Het huis werd in beslag genomen en zij verhuisden vanaf de 3de dag naar de kelder en werd er ook tijdelijk bij de fam. Smets en bij fam. Roemen, op matrassen in de kelder gewoond Ze waren ontzettend bang. Of de hele oorlog aan de orde was dat de Duitsers ons huis hebben bezet weet ik niet, maar op het eind toen het front nabij Roermond was, waren ze weer in ons huis. Hun karretjes stonden in de tuin en de paarden op de binnenplaats en in de worstkeuken. In de villa's aan de overkant woonden Nederlandse militairen, de heer Syrksma, de heer Bakker en Burgemeester Joosten. De Duitsers hadden overal in Roermond huizen in beslag genomen en zich er ingekwartierd, ze namen je huis gewoon in.
Fam. Neelen had de hele veestapel al naar het land gedaan, de mestkuil was leeg, toen de Duitsers ook in huis innamen. In de stallen en het huis waren ±140 Duitsers gelegerd. Je had daardoor goed te eten. Overdag was alles heel formeel, maar s'avonds mocht je de Duitsers bij de voornaam noemen. De buren van Neelen, van Cruchten, hadden een tante Emma-laden. Met Duitse Marken werd er Kwatta chocolade gekocht. Aan de overkant woonden de fam. Schouten uit Den Haag. Bij hen woonde de chef van de Duitsers met een hoer. De kleren van mevr. Schouten waren gestolen. Ze durfde die Duitser er niet naar te vragen, want dan schoot hij je beslist overhoop.
Fam. Neelen zat bij familie op de hoekstraat ondergedoken. Er werd een dichtgemetselde muur ontdekt en wilde deze met meerdere mannen die daar ondergedoken zaten openbreken. Maar het was niet meer nodig de muur ging na een bomaanval al vanzelf omver. Er stond veel water in en toen dat eruit was gehoosd , konden ze door een lange onderaardse gang naar de Thooren lopen. Harrie Neelen moest werken in de papierfabriek en met Harrie Mooren sjansen maken. Dit was niks voor Harrie. Hij heeft als een hond onder de grond achter in zijn tuin ondergedoken gezeten. Daar hadden ze een gat gemaakt. De Duitsers zeiden: "Wenn wir ihn kriegen, erschiessen wir ihn" Koolzaad werd geperst bij Pierre Bongaarts. De olie werd gebruikt om te bakken.
De inkwartiering van personen, die tot de Duitsche Wehrmacht behooren, bij particulieren geschiedt te Roermond alleen onder overlegging van een inkwartieringsbiljet van de OrtsKommandantur. Soldaten die niet in het bezit zijn van zulk een inkwartieringsbiljet moeten naar de Ortskommandantur worden verwezen.
De Ortskommandant: Karbe, Rittmeister.
Uit het Maandblad De Maasgouw, met het Hoofdstuk, " Verzet aan het Front van Maasniel"
De villa 'Sunny Hill' heeft een belangrijke rol gespeeld vanaf 1939. Dit was in het huis van Dr. Bartels. Toen woonde er L.F.J. Janssens van der Sande. Het gaat om belangrijke verzetsactiviteiten De villa had zeer ingenieus verborgen geheime werk- en wapenkelders, die meermalen onderdak boden aan gezochte personen en vanaf 1943 aan gestrande geallieerde piloten. De kelders waren zodanig gecamoufleerd dat ze 13 huiszoekingen doorstonden. Bij klopjachten bleek het niet verborgen deel slechts zware staande muren te hebben. Toegang tot de geheime kelders boden draaiende betonnen muurgedeelten. Bij het draaien, draaide een wand met wekglazen mee. In Amsterdam was het een boekenkast in het huis van Anne Franck, hier waren het dus wekglazen
Vanaf mei 1942 zat ondergedoken officier P.C.A.M. de Kort, adjudant van het hoofd van Bureau
Inlichtingen der Nederlandse Regering in Londen. Hij bouwde vanuit "Sunny Hill" de "Pietap" uit. Pietap verzamelde militaire gegevens, sinds 1940 in verzetsgroep het zuiden en later in heel Nederland. Na een arrestatiegolf in juli 1944 is Pietap om veiligheidsredenen opgeheven.
De Hr. Janssens van der Sande, bekend bij zijn verzetsvrienden als 'Captain Buck', was hoofd van de verzetsgroep 'Oranje Brigade' te Maasniel. Hij heeft in opdracht van De Kort de illegale werkzaamheden voortgezet. Het liet zien dat hun zwaar geheime opdrachten de hoogst verantwoordelijkheid droegen, dat zeer werd gewaardeerd en betrouwbaar werd geacht. Op de Beekstraat (Wilhelminalaan) waren ook 2 pseudo nood lazaretten gevestigd. Een in het huis van Janssens van der Sande en een was in het huis van Bakker. In dat huis was tot de evacuatie ingekwartierd het beruchte viertal van de "Aussenstelle Sicherheitsdienst" uit Maastricht. Wie zij precies waren en wat zij gedaan hadden staat er niet bij. Bakker zelf was krijgsgevangenen. De daken waren beschilderd met een grote rode V. Een zorg was dat niet ingewijden iets zouden vermoeden van wat gaande was. Het leidmotief was dan ook Hoe minder bekend is, hoe beter. Toch was dit wel de reden dat de Beekstraat op gezette tijd onder vuur werd genomen, zo is later verklaard. De Duitsers moeten een vermoeden gehad hebben dat er zich op de Beekstraat 'n verzetsgroep of iets anders actief was. In de Broekhin stortte een vliegtuig neer.
Dokter Mol was huisarts en was een van de hoofdfiguren van de medische verzetsdienst in de 2de wereldoorlog.
Deze informatie over het verzet dat in onze straat gelegerd was, heb ik pas het vorig jaar gevonden in de bibliotheek. Het stond in het maandblad "De Maasgouw ".
Toen ik pap dit liet zien en lezen, keek hij op en zei dat hij dit nooit geweten had. Ik heb ook het aan tante Triena laten zien, maar ook zij wist er zogezegd niks van af dat er een verzetsorganisatie in de villa van Janssens van der Sande gezeten had. Of wilden zij dit niet weten? In die tijd was het natuurlijk beter datje niks wist en je voor de domme hield. Zelfs het aan de gevel gehangen naamschild " Sunny Hill" herinnerde pap zich niet. Dit bord was gemaakt door kunstsmid Bongaerts.
Dat in deze villa iets gaande was wisten ze wel. Lei Roemen en Frits van Herten hadden stiekem achter het huis door de ramen staan gluren, om misschien film te kunnen zien, want de heer Janssen zat in de filmbranche.
De kelder
Pap had veel kostbare spullen onder het kruipgat van de huiskamer verstopt. Het was een zandbodem en daarom had hij ook verschillende spullen ingegraven. Ook in de tuin had hij dingen ingegraven. De Duitsers hebben het nooit gevonden.
Pap had de kelder gezellig gemaakt, door aan de muren schilderijen en gordijnen op te hangen. In de pekelbakken had hij de bedjes van de kinderen gemaakt.
Hij kon het niet nalaten om boven aan de slaapkamerdeuren eens stiekem te gaan kijken en luisteren. Er werden daar feesten gegeven met meisjes uit dorp. Dit had al zijn leven kunnen kosten want op een of andere manier moeten de Duitse soldaten gemerkt hebben dat iemand voor de deur stond. Zij staken namelijk een bajonet door de deur. Gelukkig stond hij er net ver genoeg vanaf. Ook kwam een Duitser de keldertrap af met een pantstervuist in de hand. Deze soldaat was bijna gevallen omdat er een trede los lag. Ze hadden zo met z'n allen de lucht in kunnen vliegen. Het was dus beide keren goed afgelopen. De soldaat was lijkbleek geweest en de angst in zijn gezicht was verschrikkelijk, zo vertelde mam.
Toch werd ook weer op de begane grond gewoond. Of de Duitsers toen nog in huis waren, is niet bekend. Zo zijn periodes en datums vaak niet te achterhalen. Alleen het verhaal werd verteld. Je kunt dan ongeveer de periode eruit halen, dat het dan of toen geweest moet zijn.
Albert Reulen, geboren 12 november 1915, een neef van mam ( Mien van Herten-Reulen ), zat met Jacques Frencken ook in het verzet. Zij waren lid van de K.P. (Knok-Ploegen ). Hun werk bestond uit, hulp aan Joden, piloten, politici, gevangenen, studenten, enz. Uitgeven van illegale bladen, het stelen van rijkspapieren, telefoons aftappen, aanvallen op spoorlijnen, wapendepots, enz. Ongeveer 2000 onderduikers zijn door hen aan een veilig onderdak geholpen. De avond voor de moordpartij had hij tegen zijn moeder al enige opmerkingen gemaakt over dat er iets ging gebeuren en hij dan misschien niet meer terug kwam. Had hij dit al aan zien komen? In elk geval had hij heel emotioneel afscheid genomen van zijn moeder.
Beiden zijn vermoord op 15 juni 1944 te Bloemendaal. Zij zijn gevonden 3 september 1945 en op 10 september te Roermond begraven. Zij hebben nog, als Duitsers verkleed, het Haelense gemeentenhuis leeggehaald; levensmiddelenkaarten, passen, zegels, enz.
Hun namen staan op het verzetsmonument te Maasniel.
Opa Reulen uit de stad (slagerij op de Begijnhofstraat 9. tel. 106) had illegaal geslacht. Hij was zo stom om het vlees in de etalage te leggen en in zijn winkel aan vleeshaken te hangen. Dit werd dus voor de Duitsers zeer gemakkelijk gemaakt. Hij werd opgepakt, maar ook snel vrijgelaten. Opa Reulen overleed op 14 augustus 1944. Hij was geboren op 5 november 1878 te Roermond.
Toch werd pap opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. Dat was in januari 1944. Dit gold voor alle mannen in Roermond. Hij moest als kok op treinen gaan werken die naar gebombardeerde steden reden. Het was om de gevluchte mensen uit deze gebombardeerde steden op te vangen en met eten te verzorgen.| Uit het Boek " Der Himmel brennt üiber Magdeburg" | von Manfred Wille |
De beschrijving in dit boek bevestigt het verhaal van pap.
Dem Nachtangriff von 21-22 januari. Die meisten Bomben, trafen so, 23 breit gestreut, das si dliche , östliche teilen der stad, die Feldmarken und Orte sndlich und östlich Magdeburgs volkommen niedergebrand sind. Insgesamt wurde der Abwurf von 13 Minenbomben, 456 Sprengbomben, 70000 Stabbrandbomben, 1256 Phosfhorbrandbomben, 73 Flussigkeitsbomben und 81 Kanistren ermittelt. Es gab bedeuntende personelle Verluste und materielle Schäden. 120 Toten und 400 Verwundete. Dan haben liber 1000 Burger ihren Wohnung verloren. Nach dem Angriff muBten in der Stadt 27 grol3e, 18 mittlere und 116 kleinere Brände bekämpft werden.
Die Magdeburger waren von der Angriff völlig überrascht worden. Viele menschen sturzten in Nachtkleidung oder halb angezogen in die Keller. Die Druckwellen zerrissen ihnen die lungen, oder zie worden durch Bomben splitter getstet. In der Stadt spielten sich erschutternde Szenen ab. Besonders im Zentrum des Angriffs war die Holle los. Viele unter diejenigen sind qualvoll gestorben. Das Atmen fel den vielen hier Schutzsuchenden immer schwerer. Die menschen wurden bewusstlos. Als Bergungstrupps den Keller Offneten, lagen Lebende und Tote durcheinander. Besonders verzweifelt war die Lage in den Stadtvierteln si dlich des Alten Marktes und um die JakopstraBe. Die engen Gassen liesen schon bald ein Durchkommen nicht mehr zu. Jetzt bewährten sich die von den Bürgern angelegten Mauerdurchbrüche. So konnten Hunderte trotz verschütterte Kellerausgänge, trotz des immer mehr um sich greifenden Feuers und der grossen Hitze in den Häusern und auf der Strassen über ihnenaus dem inferno entkommen. Am anderen Morgen lies sich das ganze Ausmas der Katastrophe noch nicht übersehen. Die brennende Innenstadt war in Rauch gehüllt. Der Januarangriff auf die Stadt hinterlies eine grosse moralische Wirkung bei den Bürgern. Nach dem 21 Januar 1944 wurden Masnahmen eingeleitet, um die Evakuierung von Frauen mit Kindern aus der Stadt zu beschleunigen. Mit Hilfe 66 LKW, 38 Anhängern und acht Möbelwagen, sowie 30 Transport einheiten, wurde evakuiert.
Mit dem 22 Februar begann die US-AIR-FORCE im Jahre 1944 ein Zehn Tagesangriffe auf die Elbestadt.
60 Bomber belegten die Junkers-Motoren-Werke in der Neuen Neustadt mit bomben. Auch hauser der umliegenden Wohngebiete wurden getroffen. Menschenleben waren zu beklagen.
Weitere bombenangrieffen:
5 August. Mittagszeit. Fliegeralarm von 12.05 bis 14.20 uhr.
150 Fliegende Festungsbomben trafen die Elbestadt. 693 Starben und 881 verletzen.
5-16 August.Wieder starben beim angrieffe 91 menschen. .
3 Bombardementen am 11-12-28 September. 261 menschen tot.
7 Oktober.
17 Januar 1945, Auch wieder eine sehr schwäre bombenangriff.
Zwischen dem 17 Januar 1945 und dem 17 April wurde die Stadt noch 14 mal ( 12 Tagesangriffe und 2 Nachtangriffe der US-AIR-FORCE und der RAF ). Am 18 April wurde der Westteil Magdeburgs durch Amerikanische Truppen befreit. 17 Tage später rückten Verbände der Roten Armee in das Sstlich der Elbe gelegene Stadtgebiet ein,. Der Krieg war für die Magdeburger zu Ende. Magdeburg gehört zu den in zweiten Weltkrieg am schwärsten (3ten) zerstörten Deutchen Stadten.
De Vlucht
Pap kon dit alles niet meer aan en was helemaal van de kaart. Nabij Kassel woonde een vrouw en heeft hem toen opgevangen en verzorgd. Na 6 weken is hij naar huis gekomen. Stiekum gevlucht met Wullem van Heijnen, en weer als gewonden mannen.
Net als de Duitsers zelf konden ook zij het niet laten iets mee te nemen. Uit een hotel hadden ze vazen Meegenomen. Maar op hun terugreis ervoeren ze dat Nederland voor een gedeelte bevrijd zou zijn en toen waren de kruiken totaal oninteressant. Ze hadden ze ergens op een muurtje neergezet. Het kon hun allemaal niks meer schelen. Ze wilden nu zo snel mogelijk thuis komen. Maar die bevrijding was een wassen neus. Dit bleek alleen in België en Frankrijk te zijn. Watje toen een bevrijding noemen kon. Het werd nog een heel karwei hoe hij over de grens kon komen
Zijn zwager Nol van Ool, was huisschilder in Munchen Gladbach en van hem kreeg hij een onderduikadres. Hij kroop in de bus met ome Nol die elke dag terugreed naar Roermond.
Bij de grens was het natuurlijk zeer gevaarlijk. Iedereen moest eruit. Pap had het zweet in de handen staan. Toen iedereen er voor uit was gestapt, sprong hij achter uit de bus. De soldaten controleerden de bus en liepen er achteruit. Pap schoof achter de menigte uit de bus aan en kroop tussen de mensen een beetje naar voren. Stapten zo met de andere mee voor de bus in en ging de grens over. Toch is de vlucht over de grens de eerste keer niet gelukt.
Hij had mam via ome Nol laten weten dat hij bij de Vlodropper-Statie aankwam. Dit is ook een verhaal dat spreekt voor zich.
Pap zou met een trein aankomen op de statie. Mam zou hem afhalen. Mam ging met Duitse rode kruis auto, gereden door een Duitser, naar Vlodrop. In Vlodrop aangekomen barstte er een bombardement los op het station. De Duitsers schreeuwden moord en brand, stikten van de angst en maakten zich uit de voeten en daar zat Mam in de taxi helemaal alleen en hoogzwanger van mij. Zij dacht het laatste uur heeft geslagen en ze ging hardop bidden. Ze keek naar buiten, maar het was te gek voor woorden. Ze zag dat een Duitser achter een paaltje stond en zich daar aan vast hield. Een lag er zelfs op de grond. Mam zei : ze verstopten zich nog achter een grassprietje. Het was een zwaar bombardement.
Deze vluchtpoging mislukte en pap ging terug naar Munchen-Gladbach. Toen het de 2 de keer wel lukte en mam hem zag heeft ze zich verschrikkelijk geschrokken. Pap moet uitgezien hebben als een man van 100 jaar, oud en uitgeput.
Met notaris Triepels en slager Kluitmans uit Swalmen, had ook pap daar ondergedoken gezeten. Het was een onderduikadres geweest waar nog vele anderen uit Swalmen.
Slager Kluitmans werd toch verraden en is naar Buchenwald, een concentratiekamp in Duitsland gebracht. Men heeft nooit meer wat van hem vernomen. Het toeval wil dat die middag dat ik op bezoek was bij mevr. Heijnen, de dochter van slager Kluitmans op bezoek was. Zij werd heel emotioneel en ging vrij snel weg. De slagerij van Heijnen met `t woonhuis is helemaal verbouwd. Riet de oudste dochter woont aan de achterkant en mevr. Heijnen aan de voorkant van de Kerkstraat. Ze vertelde dat wij ons huis waren uitgezet, enkele dagen bij tante Beb Helgers hebben gewoond en dat daarna ons gezin met kinderwagen en reiswieg naar hen is gekomen.
Met fam.Heijnen zouden we naar Bruggen te lopen. Onderweg was fam. Heijnen pap en mam met de kinderen kwijtgeraakt. Pap had alles, kinderen, wagen en reiswieg op een paardenkar kunnen laden. Zo hoefden ze dan niet meer door de sneeuw en over slechte wegen te lopen. Op het station bij de wagons zagen ze elkaar weer.
De affaire met de trein had ze ook meegemaakt. Pap was helemaal van de kaart geweest en toen was iedereen zich er mee gaan bemoeien. Je kon deze familie toch niet uit elkaar halen werd er gezegd. Uiteindelijk hadden de Duitse soldaten toegegeven.
Bij aankomst in Friesland werden die, die luizen hadden, kaalgeschoren, en de andere kregen een of andere doek gedrenkt in petroleum of zoiets om hun hoofd gebonden. Wullem Heijnen had in Friesland vele vrienden en kennissen op de fiets gaan bezoeken.
Het was niet alleen dat ze buiten de steden in Duitsland mensen met eten moesten voorzien maar ook in de steden moesten zij ze gaan verzorgen met eten. Meestal was het een dikke soep, gevuld met aardappelen en koolsoorten. Dit werd ook de "Gaarkeuken" genoemd Het was dat Maagdenburg weer werd gebombardeerd, terwijl zij na een eerder bombardement de mensen nog aan het verzorgen waren met eten. Dit was dan dat bombardement waardoor pap zo overspannen raakte Wullem en pap, melden zich ziek. Wullem had het zogenaamd in de rug van `t soep roeren. Pap had zich als een gewond iemand voorgedaan.
In Kayserslautern waren ook brandbommen gevallen. Maar toen ze in deze stad aankwamen was van deze stad niet veel meer over om nog eten uit te delen. Deze stad was een dodenstad. Een en al lijken. Die door de grote vuurzee verschrompeld waren tot niet groter dan vaak 1 meter . Het moet afgrijselijk geweest zijn. De heer Heijnen en ook pap waren vreselijk onder de indruk geweest.
Pap moet 's nachts zo bang geweest zijn dat hij met de kleren aan in bed kroop. Voor het geval, mocht er een bombardement komen, hij al de kleren aan had en snel kon vluchten In die tijd was pap heel ernstig geweest. "Er kon geen lach meer af, terwijl mijn man nog wel eens grapjes maakte": opperde mevr. Heijnen.
Kassel en Maagdenburg hadden volgens haar de hevigste bombardementen gehad die haar man en pap hadden meegemaakt. Pap moet na de oorlog vaak gezegd hebben: Wist ik maar de naam van die vrouw die mij verzorgd heeft in Kassel?.
Zij vertelde dat na de oorlog menige Duitser werd opgepakt die Nederlanders of andere Europeanen hadden verborgen en verzorgd. Daarom wist pap dus denk ik geen achternaam. Die was natuurlijk geheim gehouden.
De vrouwen waarvan de mannen in Duitsland werkten, konden geld halen op de Swalmerstraat in Roermond. Dit was bij het Ortskommandantur. Mevrouw Heijnen ging dan samen met mam daar naar toe. Ik had de foto's van Duitsland die ik van Wim Schulpen had gekregen bij me. Mevr. Heijnen kon haar man niet ontdekken, maar pap zag ze er wel op de foto staan. Zijn typische houding viel haar gelijk op. Mevrouw Heijnen heeft het bezoek van mij zeer gewaardeerd en fijn gevonden.
Mevrouw Hennen bedankt.
Pap wist dat er op en bij de treinen foto's waren gemaakt. Vrouwen uit de nabije steden die op deze treinen moesten werken, stonden ook op deze foto's. Pap zei dat er een Duitse soldaat was geweest die foto's maakte, maar vond het jammer dat hij ze nooit had gezien. Wat had ik graag een fototoestel bij me gehad heeft hij later vaak gezegd. Toen kwam opeens Wim Schulpen met deze foto's. Hij had ze van zijn vader die samen met pap in Duitsland was geweest. Het waren inderdaad foto's met vrouwen, bij het appèl aan de treinen. Ome Lei en tante Mia Pansters-Reulen hebben bij ons ingewoond?
Op 24 januari 1945 overleed opa van Herten aan de Kapel. Hij was geboren op 24 januari 1866. Hij was een zware suikerpatiënt en daardoor is er een been afgezet. De winter in 1945 was streng en de grond was dusdanig bevroren dat opa niet direct begraven kon worden en zo heeft hij enige dagen in de voorkamer op de tafel gelegen. In de oorlog werden de overledenen meestal de dag erop al begraven.
De Evacuatie
Evenals andere (nog) bezette Limburgse gebieden, was ook Roermond met omgeving sinds begin september opgenomen in het Reich (Gau Düsseldorf). De Bisschopsstad werd "Frontstad". Het was duidelijk dat er geëvacueerd moest worden, met het oog op de te verwachten gevechtshandelingen. In het aangrenzende gebied van Duitsland waren de dorpjes en steden al grotendeels geëvacueerd. Hoewel volgens uitdrukkelijk bevel binnen een uur de mensen hun huizen uit moesten zijn en na beëindiging van de evacuatie geen burger meer in het gebied mocht blijven, bleven er toch stiekem in Maasniel achter. Ook mijn schoonouders met hun familie zijn op de Kapellerlaan omgekeerd en terug naar huis gegaan. Ze doken onder bij opa Diels in de Roermondsestraat op het Gebroek. Mijn schoonvader en ooms kropen onder de aardappelen. Er zaten ook nog 3 Poolse meisjes ondergedoken. Ook dit is zeer riskant geweest, omdat aan de overkant de Duitsers in een huis gelegerd lagen. Een zusje van de moeder van Piet Reuten, Rosalie Diels, is met 9 andere personen door een bombardement om het leven gekomen. 28 oktober 1944 op het Gebroek.
Als je bleef kon je als spion beschouwd worden en standrechtelijk kunnen worden gefusilleerd.
Op de Wilhelminalaan waren ook families die niet evacueerden. Er kwam na de oorlog aan het licht dat in meerdere huizen geplunderd was geworden. Tante Beb Helgers heeft na de oorlog nog kleding en lakens teruggehaald. Die mevrouw was zo stom geweest om de spullen aan de waslijn te hangen. Hij was een Duitser en zij droeg een Jodenster. Rara hoe kan dit? Niemand wilde dat toen weten of zien. Meerdere mensen uit de straat hadden geplunderd. Iemand had zelfs zijn hele schuur volstaan met meubels, enz. Uit huizen van Roermond en omstreken. Na de oorlog werd het gezicht van een vrouw zwart gemaakt omdat zij had gestolen. Meisjes of vrouwen die gehoerd hadden met de Duitsers werden kaal geschoren.
Wij gingen naar Friesland. Bij aankomst werd je verzorgd, ontluisd en kaal geschoren. In Bolsward stonden de mensen ons op te wachten. Je stond daar als op een veemarkt" zei pap. De mensen konden kiezen wie ze wilden hebben. Pap had eens rondgekeken en ontdekte mijnheer Dijkstra en dacht bij die man wil ik wel met mijn gezin gaan wonen. Pap vond hem aardig overkomen. Dit moet wederzijds geweest zijn want de heer Dijkstra koos pap met zijn familie uit. We gingen wonen in Warns. Mijnheer Dijkstra was dominee maar bezat toch ook een grote boerderij met knechten. Ze hadden 3 kinderen. 2 zonen en Aaltje de dochter die doof was.
Ter herinnering aan Truusje van Herten
Zij word geboren 21 april 1942 en mocht 4 maart 1944 reeds naar de hemel toe.
Onschuldig kind, na korte dagen
Heb je den Heer reeds opgedragen
Je schone ziel:
Je dood heeft ons in smart gedreven
Heeft droefheid ons in `t hart gegeven
Toen je ons ontviel.
Het zij zo het moet, het helpt geen klagen,
Op deze morgen en alle dagen
Gods Wil geschiën !
Ach bid voor ons en blijf daarboven
Den God van al wat goed is loven
..
Tot wederzien
Bij Boekhandel Boom heb ik een krantenkopie gekocht van een Evacuatielijst uit Roermond en aangrenzende dorpen.
De Gazet van Limburg verzorgde deze uitgave. Papierschaarste beperkte voorlopig deze oplage. Onze beschrijving luidde:
Herten van Reulen G. 4 pers. Beeklaan 91 Warras Z. 108. )
Die van::Fam. Bair en Beb Helgers-Reulen 4 pers. Beeklaan ( Groningen, Bankastraat 28 ) -Geb.13 april `45 Gerardus-Johannes-Jozef Overl. 26 april '45 te Groningen.
:Fam. Nol en Clara v. Ool-Reule, Ernst Casimirstraat 16 ( Groningen, Knorreweg 6 )
:Fam. Lei en Mia Pansters-Reulen - 4 pers. Begijnhofstr. 9 ( Warns no 107 )
Oma Reulen: Reulen- v. Helden 1 pers. Begijnhofstr. 9 (Warns N.90 Th. De Graaf )
:Fam. Sjra en Tilla van Helden-van Herten van m.v. 4 k.
( Wirdum F 2 )
Vele tienduizenden uit Midden- Directie Gazet van Limburg Maastricht |
Uit Maasniel zijn ongeveer De Gazet van Limburg verzorgde deze uitgave --------------------- Papierschaarschte beperkte voorloopig onze |
BISDOM ROERMOND TE ....LEEUWARDEN"
Tienduizenden Limburgers wachten in brandend
Heimwee op een spoedigen terugkeer naar hun geboortegrond.
( Van onze chef-reportage )
Leeuwarden, April.
In Boetserzwaag en Oosterblerum, in Uithuizermeeden en Leeuwarden en overal, ver verspreid over een eindelooze reeks plaatsen, dorpen en gehuchten in de provincies Groningen en Friesland leven nu sedert maanden vele tienduizenden uit Midden- en Noord-Limburg. Ver weg, honderden kilometers naar 't Zuiden liggen hun steden, hun dorpen, hun woningen verlaten; 'n sombere rij van ellendige ruïnes, leeggeplunderd soms tot het laatste schilderijtje en de laatste vloermat. Men wéét dat, in het Noorden.
Toen dit zwaar beproefde deel van onze Limburgsche bevolking in Januari den verschrikkelen evacuatietocht begon, op de punten der Duitsche bajonetten, was Roermond reeds een geteisterde stad en lag Venlo al grootendeels in puin - en men ervoer later ook tot in verste uithoeken van Friesland, dat andere plaatsen als Echt en Susteren en Montfort en Linne en Gennep in den fellen winterslag om de Roer aan flarden geschoten waren.
Doet het er nu toe? " vragen nu de Limburgers, ginds in het Noorden. Doet het er nu toe, dat wij puin vinden waar wij een woning achter lieten?
Doet het er toe, dat de beruchte Duitsche plunder-commando's vrijuit roovend en vernielend door onze dorpen en steden trokken.
Doet het er toe, dat onze veestapel verdwenen is, dat onze akkers nu mijnenvelden zijn en dat wij opnieuw zullen moeten beginnen, heelemaal van voren af aan?
Neen ! het doet er niet toe ! men verzekerde het mij met nadruk, overal waar ik het Noorden Limburgers ontmoette, waar zij, mijn wagen bestormden om nieuws uit het Zuiden en waar zij mij sméékten : schrijf !.... schrijf, dat zij ons terughalen, Nu ! Gauw ! Onmiddellijk!!! Er sloeg een steeds groeiende golf van brandend heimwee door deze groote, zwaar getroffen Limburgsche families, sedert de weg over de rivieren, de weg tusschen Limburg en het Noorden, vrij kwam dank zij het Canadeesche offensief. Deze golf van heimwee damt men niet meer in. Men mag haar niet indammen, zoo vertelde mij in Leeuwarden de Vicaris-Generaal van het Bisdom. Prof. Dr. F. Feron, men mag dit goede, sterke Limburgsche volk niet langer verwijderd houden van zijn geboortegrond, wil men het gaaf en ongeschonden terugbrengen.
Het moge dan waarschijnlijk zijn, dat de pijn om de geleden verliezen zwaarder op deze Limburgers zal drukken dan zij nu verwachten, straks als zij terug zijn temidden der ruïnes - dit volk heeft teveel meegemaakt om zich nu door deze ruïnes te laten afschrikken. Het is te sterk, te gezond en te 11 veerkrachtig om nog langer schuil te blijven achter het gemakkelijke leven-zonder-zorgen temidden der Noordelijke gastvrijheid
Dit volk heeft genoeg gehad van dezen oorlog. Het wachtte vele maanden tevergeefs op de bevrijdende legers die het, op een steenworp afstands, aan de overzijde van de Maas zien kon. Het wachtte levend in kille, vochtige kelders bij kaarslicht, gejaagd door een helschen bezetter die in Roermond op één dag 18 razzia's hield. Het hield hongeroptochten naar de boerderijen, urenlang in nijpende kou onder moordend granaatvuur. Het moest toezien hoe de projectielen steeds meer puin / verwoesting zaaide. Het zag zijn zonen, bewaakt door de gehate Grüne Polizei, weggevoerd met onbekende stemming. Het voelde zich alleen, en zo verlaten. Maar het bleef zichzelf. Het stond pal - en s' avonds, bij het kaarslicht in de volgepropte kelders toepte " men. En hoopte. En wachtte, wachtte
Dit volk had alles meegemaakt, honger, ontbering, koude, ellende en onmenschelijke terreur, - toen het ergste kwam: De Verplichte Evacuatie". Er waren er honderden, die op dat ogenblik den dood boven deze evacuatie verkozen zouden hebben, maar de Duitschers kenden geen medelijden. Naar het Oosten dreven zij de vreeselijkste karavanen die Limburg ooit gezien heeft. Een onmenschelijke treinreis, die soms 80 uren in beslag nam en meer dan eens in paniek onderbroken moest worden bij aanvallen van geailleerde vliegtuigen, bracht hen naar het gastvrije Noorden ; arm en ontredderd, dof en ontmoedigd. Misschien zouden duizenden deze slag nooit overleefd hebben als Limburgs Bisschop en met hem meer dan tweehonderd Limburgsche priesters er niet geweest waren om steun te geven, om overal te helpen waar hulp noodig was en om van deze weggedreven Limburgers temidden van een bevolking die er andere levensopvattingen en een andere leefwijze op na houdt, onmiddellijk een groote familie te maken.
Rond zijn Bisschop geschaard, heeft Midden- en Noord- Limburg ook deze slag opgevangen.
Het Bisschoppelijk bureau aan de Voorstreek te Leeuwarden werd naast het zenuwcentrum der geestelijke zielzorg, een soort van regeeringsgebouw waar men via een enorme administratie uit elkaar gerukte gezinnen weer bij elkaar bracht, waar men troostte, regelde, improviseerde en, met gebrekkige middelen soms, daadwerkelijk hielp.
Onze priesters werden missionarissen in een land zonder transportmiddelen en met gemeenten die soms twaalf dorpen omvatten, die elk een paar uur loopen van elkaar liggen. Zij smeedden deze band, die Limburg ook hier en onder deze vreeselijke omstandigheden Limburg deed blijven. Maar nu is Limburg vrij !!
En de wèg van het Noorden naar Limburg is vrij. En opnieuw begon voor dit Limburgsche volk een ellendig wachten. Is het wonder, dat het heimwee groeit ?
Bisdom Roermond Groningen
....... zich bevinden te ......... .
Zodra wij nadere gegevens krijgen |
Dit was het beroemde formulier, dat na de evacuatie, duizenden weer bij elkaar bracht.
Martin W. Duyzinga
Bij terugkeer ging ik voor 13 weken naar het Laurentius ziekenhuis te Roermond. Ik lag in de barakken. Mam vertelde dat een zuster die op het Gebroek had gewoond mij verzorgd had. Zij alleen, wilde mij verzorgen. Mam bleef het antwoord schuldig wie zij was. Ik heb hier en daar gevraagd of iemand een zuster kende van het Gebroek die na de oorlog op de kinderafdeling had gewerkt. Maar niemand die het wist.
In augustus ging pap weer naar Friesland. Nu ging hij om Truusje te halen. Zij werd in Maasniet begraven. Jupke Schmitz reed met zijn vrachtauto. Truusje lag in een klein kistje. Pap heeft mij verteld, (met nadruk zolang hij nog leefde dit aan niemand te vertellen), dat hij onderweg het kistje had geopend. Hij enkele plankjes losgemaakt. Hij wilde Truusje zien. Het had hem verbaasd dat Truusje er toen nog heel gaaf en mooi bijlag.
Uit de puinhoop der verwoesting
Rijst het nieuwe Nederland
Hollandsvlag zal weer getuigen
Van een krachtig Vaderland
Trouwen - Kienjer en de Zaak
De "Oorlog" kwaam, en det waas raak !
Nieks bleef uch óntzach
Vàòl leid haet `t uch gebrach.
Mit de buurt waar eine hechte bandj
Toch zeet geer,
Pap, in Pruuses,
En later, samen in Frieslandj belandj.
De Oorlog, waas eine versjrikkelikke tied
Maar nao vief bange jaore is d'r kwiet.
Mit opboewe waerde begónne
De laevensmiddele waren op de bónne.
Eine moejelikke tied brook aan
Veur Pap en Mam oppe Wilhelminalaan.
Het ging sjtap veur sjtap
Maar geer hób 't `m toch maar gelap.
En ging 't daonao nog waal ins get fout
Geer ging altied verder
Het geluif en al die krach
Haet uch, "De Gooie Herder" gebrach.
De 60 Jaorige Broelof waerde net neet gehaold
Maar toch hób geer wie ein Diamant gesjtraold.
De Dank is groot waat geer ós deet gaeve
Het waas veur uch ein langk, riek en bewaoge laeve.