Tekst zoeken   -    Inhoud   -    namen index
 - Vorige - Volgende

Onder den Klockenslagh van Neel, Leeuwen en Asenray door Jan RuitenĀ©

pag.317  

Onder de klockenslagh van Neel Asenray en Leeuwen

KRAANPOORT
In 1705 werd de inboedel uit zijn sterfhuis
voor het raadhuis in het dorp aan het publiek verkocht. Meest keukengerei, zoals kannen en ketels, borden en bekers, vooral van tin, en verder wat schamele werkspullen. Ook voor die tijd een armzalige bedoening. De opbrengst bedroeg dan ook slechts 16 rijksdaalders. Omtrent de brouwketel met toebehoor (mitte beuye ende goese) werd nog enige heisa gemaakt, omdat Areth Aelen de spullen in het Leyenhuys had opgesteld. De weduwe Aelen had het geld voor de aanschaf ervan immers aan haar schoonzoon voorgeschoten. De brouwketel diende dus in de familie te blijven.
Nog in 1702 had Hendrick Thomassen gesolliciteerd naar de functie van onderwijzer, toen de vorige schoolmeester Jan Janssen geschorst was. Wij zien daarin een nieuwe poging van de brave man om zijn bestaan nieuw leven in te blazen. Jan Janssen werd echter in zijn ambt hersteld. De geschiedenis met Jacob Wallant had nog een staartje. Uit latere gegevens blijkt namelijk, dat Hendrick gevankelijk naar Roermond was gevoerd en in de toren aan de Kraanpoort zat opgesloten. Waarom dan wel, is niet helemaal duidelijk, maar het moet toch met genoemde vagebond verband houden, omdat diens naam erbij vermeld stond. Hendrick Thomassen was veroordeeld tot de galg: hem wachtte de strop! De schout van Dalenbroek heeft nog vergeefs geprobeerd hem vrij te krijgen om hem namens de vrijheer in Maasniel te kunnen berechten. Dan blijkt dat Hendrick inderdaad werd vrijgelaten, maar sindsdien voortvluchtig was. Hij heeft daarna Jacob nog opgezocht, maar hij was -zoals gezegd werd- vergeten terug te komen.
De onkosten van de schout werden aan de gemeenterekeningen van 1704 als bijlage toegevoegd. Uit het testament van de weduwe Aelen, opgemaakt begin april van dat jaar, blijkt dat Hendrick toen al overleden was. Het is niet bekend, hoe hij aan zijn einde gekomen is.

KOOLDRAGERS
In oktober 1705 had Edmond Frans van Obsenich, alias van Rohe, heer van Elmpt, over de Maas een aanmerkelijke hoeveel heid Naamse stenen laten aanvoeren en hier aan het Speebeekje laten opstapelen om de lading met paard en wagen weg te halen.


Aan het Speebeekje rond 1700.
Rechtsonder: handmerk van Hendrick Willems.

Toen die van Aelen merkten, dat daarbij over hun land gevaren werd, hebben zij een der karren achtergehouden, tot zij schadeloos gesteld waren. De heer van Elmpt was buiten zinnen om deze pure moedwil, waarover hij dan ook bij de schepenbank zijn beklag deed. De familie Aelen was alleen met een ton bier tevreden te stellen. Konden ze weer een feestje bouwen!
Het gebeurde overigens wel vaker dat deze plaats aan de Maas als loswal gebruikt werd. Zo'n halve eeuw later werd in Maasniel een zwerver opgepakt. Hij had de vorige nacht aan de Kapel in het Zand geslapen. Vandaar is hij naar het Speebeekje gegaan, waar hij had geholpen bij het lossen van kolen en wat heeft
gedronken in de herberg aldaar. Toen hij met vreemd geld wilde betalen, kreeg hij moeilijkheden. Naderhand werd hij wegens wangedrag uit de herberg van Engelen gezet en aan de schut overgeleverd.


Onder den Klockenslagh van Neel, Leeuwen en Asenray door Jan RuitenĀ©

pag.317  

Eerste  Vorige  312 313 314 315 316 317 318 319 320 321   Volgende  Laatste